Geboorterecht blijft grondwettelijk beschermd
Het Amerikaanse Hooggerechtshof heeft het decreet van president Donald Trump waarmee hij het geboorterecht op staatsburgerschap wilde afschaffen, op dinsdag ongrondwettelijk verklaard. In een uitspraak van bijna tweehonderd pagina’s oordeelden zes van de negen rechters dat Trumps poging om kinderen van illegale en tijdelijke migranten van staatsburgerschap uit te sluiten, rechtstreeks indruist tegen het veertiende amendement van de grondwet. Tegelijkertijd heeft het Hof in het afgelopen politieke jaar de presidentiële macht op meerdere andere terreinen aanzienlijk uitgebreid.
Het veertiende amendement stelt ondubbelzinnig: „Alle personen die in de Verenigde Staten zijn geboren of genaturaliseerd, en die onder de rechtsmacht daarvan vallen, zijn staatsburger.” Trump had op zijn eerste dag van zijn tweede termijn per decreet geprobeerd de kinderen van ongedocumenteerde en tijdelijk verblijvende migranten van deze grondwettelijke bescherming uit te sluiten. Grondwetsgeleerden beschouwden dat decreet vrijwel unaniem als juridisch onhoudbaar.
Opperrechter John Roberts schreef namens de meerderheid dat staatsburgerschap „het recht om rechten te hebben” betekent. De opstellers van het veertiende amendement hadden die belofte bewust uitgebreid naar iedere vrij-geboren persoon op Amerikaanse bodem. „Vandaag houden wij ons aan die belofte”, aldus Roberts.
Tamme reactie van Trump, scherpe toon in het Congres
Trump reageerde opvallend ingetogen. Op zijn platform Truth Social schreef hij kortweg: „Jammer voor ons land.” Hij riep het Congres op om het geboorterecht via wetgeving te beëindigen en suggereerde dat daarvoor geen grondwetswijziging nodig zou zijn. Dat laatste strookt echter niet met de juridische werkelijkheid: een wijziging van de grondwet vereist een tweederde meerderheid in beide kamers van het Congres én instemming van driekwart van de vijftig staten — een drempel die politiek vrijwel onhaalbaar is.
Huisvoorzitter Mike Johnson beschuldigde het Hof van een te strikte, originalistische interpretatie van de grondwet. Dat is opmerkelijk: originalisme — de grondwet uitleggen zoals de opstellers die bedoelden — was decennialang hét leidende principe van de Republikeinse rechtspolitiek. Nu die benadering hun agenda doorkruist, lijkt de partij er pragmatisch afstand van te nemen.
Uitbreiding van presidentiële macht op andere terreinen
Hoewel Trump zijn hoofdprijs — het zelf bepalen wie Amerikaan mag zijn — is misgelopen, heeft het Hof zijn macht elders wel degelijk vergroot. De balans van de uitspraken in dit politieke jaar valt voor de president overwegend positief uit.
Dit laatste punt versterkt de zogenoemde unitary executive-theorie, die stelt dat de president de volledige controle heeft over de uitvoerende macht. Het Hooggerechtshof heeft die theorie deze termijn verder uitgebouwd, ten koste van de autonomie van het Congres en van onafhankelijke instellingen.
Machtsverschuiving ten gunste van het Hof zelf
In de marge van de geboorterechtzaak nam het Hof ook een beslissing over zijn eigen positie in het rechtsstelsel. Voortaan mogen alleen de negen hoogste rechters landelijke blokkades opleggen voor presidentiële decreten en beleid. Lagere rechtbanken verliezen daarmee een instrument dat zij de afgelopen jaren regelmatig inzetten om beleid van de uitvoerende macht te stuiten.
Verder versoepelde het Hof deze week de regels voor de financiering van politieke campagnes — een maatregel waarvan wordt verwacht dat die vooral Republikeinse kandidaten ten goede komt. In april maakte het Hof bovendien een essentieel onderdeel van de burgerrechtenwetgeving ongedaan, waardoor het hertekenen van kiesdistricten (gerrymandering) eenvoudiger wordt. Wel handhaafde het Hof de mogelijkheid om poststemmen na verkiezingsdag nog te tellen, een praktijk waar Democraten vaker gebruik van maken.
Grenzen aan presidentiële macht: handel en centrale bank
Op twee economisch gevoelige dossiers trok het Hof wél een grens. Een aanzienlijk deel van Trumps eenzijdig opgelegde handelstarieven werd ongeldig verklaard. Daarnaast mag de president de bestuurders van de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank, niet zonder geldige reden ontslaan — anders dan bij andere toezichthouders.
Die twee uitzonderingen onderstrepen dat het Hof, ondanks drie door Trump benoemde rechters, niet als verlengstuk van de Republikeinse partij functioneert. Toch heeft slechts de helft van de Amerikaanse bevolking nog vertrouwen in de instelling, zo blijkt uit peilingen. Het Hof wordt door een groeiend deel van het publiek als een politiek orgaan beschouwd.
Interne spanningen en een mogelijke vacature
De interne verdeeldheid binnen het Hof wordt steeds zichtbaarder. Rechters die een minderheidsstandpunt innemen, verwoorden dat in toenemend scherpe bewoordingen. De progressieve rechter Sonia Sotomayor stelde vorige week dat „meer mensen zullen sterven” als gevolg van de beslissing om Trump de zuidgrens te laten sluiten. De conservatieve Samuel Alito noemde het geboorterechtarrest op zijn beurt „een serieuze vergissing”.
Diezelfde Alito staat plotseling in het middelpunt van de aandacht. De publieke omroep NPR berichtte dinsdag dat de 76-jarige rechter met pensioen zou gaan — een bericht dat kort daarna weer werd verwijderd. Als Alito inderdaad vertrekt en de Republikeinse Senaat snel een jongere Trump-benoeming goedkeurt, zou een conservatieve meerderheid in het Hof voor tientallen jaren kunnen worden vastgelegd. Dat zou de greep van de huidige president op de rechtspraak — nu nog onzeker en wisselend — structureel kunnen verstevigen.

