Op een gigantisch scherm scheerden gevechtsvliegtuigen door een avondrood boven bergketens en steden, begeleid door muziek die rechtstreeks uit een actiefilm leek te komen. Met die sfeer opende de tweedaagse NAVO-top afgelopen dinsdag in Ankara. Trotse politici presenteerden nieuwe samenwerkingsverbanden, industriëlen stonden breed glimlachend op het podium. De boodschap was helder: het geld is er, en er komt nog veel meer.
Op een speciaal forum voor de defensie-industrie kondigden NAVO-landen en bedrijven deals aan ter waarde van tientallen miljarden dollars. Tankvliegtuigen, drones, satellietnetwerken en kritieke grondstoffen passeerden de revue. Eén project alleen al — een nieuw drone-afweersysteem — vertegenwoordigt een waarde van 40 miljard dollar.
NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte liet er geen misverstand over bestaan. “We hebben niet de luxe van tijd. We hebben nu nieuwe capaciteiten nodig”, zei hij. De defensie-industrie moet niet zoemen, aldus Rutte, maar brullen. De veiligheidssituatie laat geen andere keuze.
Die urgentie valt te begrijpen tegen de achtergrond van de spectaculaire beloften die vorig jaar op de NAVO-top in Den Haag werden gedaan. Europese bondgenoten beloofden hun defensie-uitgaven in tien jaar te laten groeien van 2 procent naar 3,5 procent van het bruto binnenlands product. Dat zou de Europese defensie-uitgaven in de jaren dertig doen stijgen tot zo’n 800 miljard euro per jaar.
De cijfers zijn inmiddels indrukwekkend. Volgens de NAVO gaven Europa en Canada vorig jaar gezamenlijk 90 miljard dollar meer uit aan defensie dan het jaar ervoor. Vergeleken met 2020 zijn de defensie-uitgaven binnen de EU met 63 procent gestegen. Toch loopt een deel van de landen nog achter op schema, wat de druk op de landen die wél snel opschalen alleen maar vergroot.
De keerzijde van die snelle geldstroom is een klassiek economisch probleem: de productiecapaciteit kan de vraag niet bijhouden. Westerse defensiebedrijven hebben jarenlang onder bezuinigingen geopereerd en zijn simpelweg niet ingericht op massaproductie. Een immense vraag bij een krap aanbod leidt onherroepelijk tot hogere prijzen — iets wat zelfs Micael Johansson, topman van het Zweedse Saab, openlijk als onwenselijk bestempelde. Uitbreiding van productiecapaciteit is daarom geen keuze maar een noodzaak.
Die uitbreiding is al voorzichtig op gang gekomen. Vorig jaar werd volgens Rutte 37 miljard dollar geïnvesteerd in grotere fabrieken en nieuwe productielijnen. Het totale vloeroppervlak van de nieuwe productiecapaciteit zou optellen tot tweeduizend voetbalvelden. NAVO-landen produceren nu vier miljoen granaten per jaar, twee keer zoveel als twee jaar geleden.
Toch aarzelden bedrijven lange tijd om grote investeringen te doen. De vrees bestond dat de huidige piek in defensie-uitgaven tijdelijk was en na het Trump-tijdperk zou wegebben. Intussen steeg de beurswaarde van defensiebedrijven spectaculair, maar bleef de daadwerkelijke productie achter. Rutte probeerde in Ankara die terughoudendheid weg te nemen. “De vraag is er en dat weten jullie”, zei hij rechtstreeks tegen de aanwezige ondernemers. “Dit is geen anomalie, dit is een trend.”
Een politiek gevoelige vraag is waar precies het geld terechtkomt. Europese NAVO-landen doen ongeveer de helft van hun defensieaankopen in de Verenigde Staten, deels omdat bepaalde wapensystemen elders simpelweg niet beschikbaar zijn. Rutte wees er vorige week in de Financial Times nog op dat Europese aankopen in de VS goed zijn voor bijna 200.000 Amerikaanse banen — een argument dat in Washington niet onopgemerkt blijft. Tegelijk groeit de politieke druk in Europa om de nieuwe defensie-euro’s ook ten goede te laten komen aan de Europese economie.
Samenwerking bij aankoop en ontwikkeling biedt een uitweg uit die spanning. Europese landen beschouwden defensie van oudsher als kern van nationale soevereiniteit, met nationale krijgsmachten uitgerust door nationale industrieën. Dat leidde decennialang tot verspilling: de VS kochten voor hun defensiedollars schlicht meer wapens dan de Europeanen voor hun euro’s. “We kunnen meer doen als we het samen doen”, zei Rutte. “NAVO-bondgenoten vormen nieuwe multinationale coalities om wapens te kopen. Dat helpt echt.”
Nederland laat zien hoe dat in de praktijk werkt. Het land maakte bekend samen met het Verenigd Koninkrijk te investeren in nieuwe amfibische transportschepen, een gezamenlijke investering van 1 tot 2,5 miljard euro. Met negen andere landen investeert Nederland in de vervanging van de verouderde AWACS-radarvliegtuigen door de Global Eye van Saab. Bovendien neemt Nederland het voortouw bij de Europese coproductie van bekende Amerikaanse munitietypen: samen met Duitsland gaat het Stinger-raketten produceren, en met drie andere landen richt het een onderhoudscentrum op voor PAC3-raketten van het Patriot-luchtverdedigingssysteem.
Achter de vliegtuigen op het scherm en de handdrukken op het podium schuilt een rekensom die de komende jaren zijn beslag zal krijgen: hoe zet je honderden miljarden publieke middelen snel, verantwoord en effectief om in echte militaire slagkracht. Voor de defensie-industrie is het een historische kans. Voor de belastingbetaler is het een even historische verantwoordelijkheid.

