Doodgestoken Nour (14) uit Blerick vastgebonden aangetroffen: moeder psychisch onderzocht

Het lichaam van de 14-jarige Nour uit Blerick werd op haar bed aangetroffen, vastgebonden bij enkels, polsen, nek en mond met tape. Dat bleek tijdens de eerste openbare zitting in de strafzaak tegen haar moeder, de 59-jarige Fouzia R., die wordt verdacht van de dood van haar dochter. De feiten die het Openbaar Ministerie presenteerde, schetsen een verontrustend beeld van wat er plaatsvond op de ochtend van 20 april in het ouderlijk huis.

Fouzia R. bekende bij haar arrestatie dat zij Nour met meerdere messteken om het leven heeft gebracht. Zowel zij als de vader van Nour werden direct aangehouden. De vader is inmiddels vrijgelaten, maar blijft formeel verdachte in de zaak. R. zelf verblijft nog in voorarrest en wordt voor de inhoudelijke behandeling van de zaak psychisch onderzocht in het Pieter Baan Centrum, omdat het Openbaar Ministerie ernstige psychiatrische problemen bij haar constateert.

De vraag wie Nour heeft vastgebonden, is vooralsnog onbeantwoord. Forensisch onderzoek naar sporen op de tape moet uitwijzen of R. haar dochter al dan niet alleen heeft kunnen vastbinden. Dat R. niet verhoord kan worden, bemoeilijkt het onderzoek aanzienlijk: volgens de officier van justitie begrijpt zij niet dat haar dochter dood is en beseft zij niet welke rol zij daarin mogelijk speelt. Toch liet R. zich bij haar arrestatie wel uit over de toedracht: zij stelde dat de vader de oorzaak is van “dit alles”, zonder dat zij tot nu toe heeft kunnen verduidelijken wat zij daarmee bedoelt.

De zus van Nour was op het moment van het geweld thuis. Zij verklaarde wakker te zijn geworden van geschreeuw en te hebben gezien hoe haar vader haar moeder leek weg te trekken bij Nour. Die verklaring werpt nieuwe vragen op over de precieze rol van de vader, maar leidt vooralsnog niet tot concrete conclusies. Het motief blijft volledig onduidelijk. De officier van justitie formuleerde het tijdens de zitting ondubbelzinnig: “Niemand heeft eigenlijk enig idee hoe het zit.”

Wat de zaak een extra dimensie geeft, is dat het gezin al langer in beeld was bij hulpverleningsinstanties. Veilig Thuis, het landelijk meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling, registreerde twee meldingen over het gezin. De meest recente dateerde van twee jaar geleden. Of en hoe die signalen zijn opgevolgd, is een vraag die in de nasleep van deze zaak onvermijdelijk aan de orde zal komen. De dood van Nour illustreert eens te meer hoe kwetsbaar het systeem van vroegtijdige interventie in de praktijk kan zijn.