Noord-Brabant handhaaft intrekking vergunningen pluimveehouders, ondanks breed politiek protest

Het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant houdt vast aan het voornemen om de vergunningen van vijf pluimveehouders in te trekken. Dat bleef ook na een turbulent provinciaal debat de conclusie, ondanks felle kritiek vanuit de Statenzaal en luidruchtige protesten van boeren buiten het provinciehuis in Den Bosch. Het bestuur spreekt zelf van een “voorlopig besluit” en benadrukt dat het nog geen “onomkeerbare stappen” wil zetten — maar een echte beleidswijziging bleef uit.

De vijf betrokken pluimveehouders stoten volgens het provinciebestuur te veel stikstof uit die in nabijgelegen Natura 2000-gebieden terechtkomt. Hun plannen om de uitstoot te beperken werden onvoldoende bevonden. Een van de boeren omschreef het bericht dat hij in juli ontving als “een beslissing die de zomer van 2026 heeft vergald”. Een collega-boerin sprak van “weken van onzekerheid, machteloosheid en zorgen”.

Het debat werd overschaduwd door een dodelijk ongeluk op de A59, waar vanochtend veel tractors reden op weg naar het boerenprotest. Na een schorsing stonden alle aanwezigen op voor een minuut stilte. Daarna laaide de politieke discussie opnieuw op, met onverholen kritiek op de manier waarop het provinciebestuur de zaak heeft aangepakt.

Juridische dwang als argument

Meerdere fracties hekelden het feit dat de vijf boeren acht maanden moesten wachten op een reactie van de provincie op hun emissiereductieplannen. Ook het uitblijven van direct overleg met de betrokken ondernemers werd het bestuur zwaar aangerekend. Gedeputeerde Saskia Boelema bood haar excuses aan, maar kon die kritiek niet wegnemen: de mail waarmee zij toenadering zocht, bleek pas twee dagen voor het debat te zijn verzonden.

Boelema legde uit waarom het college desondanks geen andere keuze ziet dan op 1 oktober het voorlopige intrekkingsbesluit te nemen. De provincie wilde aanvankelijk zelf niet tot intrekking overgaan — “we vonden dat te ingrijpend” — maar de rechter oordeelde anders. Dat rechterlijk oordeel schept volgens Boelema een juridische verplichting waaraan de provincie zich niet kan onttrekken. Het is een redenering die politiek ongemakkelijk zit, maar juridisch moeilijk te weerleggen valt.

Tegelijk liet Boelema de deur op een kier. Na het voorlopige besluit kunnen de betrokken ondernemers zienswijzen indienen en alternatieve plannen aanleveren. Ze hoopt bovendien dat de nog uit te werken stikstofplannen van minister Van Essen uiteindelijk ruimte bieden om definitieve intrekking te voorkomen. “Als die maatregelen er al veel eerder waren geweest, waren we mogelijk niet in deze situatie verzeild geraakt”, verzuchtte ze.

PVV-fractievoorzitter Alexander van Hattem diende een motie van wantrouwen in en noemde het optreden van Boelema “waardeloos”. Andere Statenleden verweten hem op hun beurt “politieke spelletjes” te spelen. De motie haalde geen meerderheid, net zomin als vier andere moties — waaronder een oproep om de intrekkingen volledig van tafel te halen. Enkel de motie van twee coalitiepartijen werd aangenomen. Daarin wordt het provinciebestuur opgeroepen zo snel mogelijk met de vijf pluimveehouders om tafel te gaan, hun plannen zorgvuldig te beoordelen en ook alternatieven te verkennen zoals het houden van minder dieren, aanpassing van het bedrijf of verplaatsing. Het college verklaarde zich daartoe bereid.

Wat resteert is een bestuur dat juridisch klem zit, politiek onder druk staat en zelf hoopt dat nationale beleidsontwikkelingen alsnog een uitweg bieden. Voor de vijf pluimveehouders betekent dat voorlopig nog meer onzekerheid — en weinig concrete garanties.