Studentenkamertekort: eindeloos zoeken of urenlang pendelen

Een markt onder druk

Wie dit najaar voor het eerst gaat studeren, staat voor een keuze die een generatie geleden nauwelijks bestond: betaal bijna duizend euro per maand voor een kamer, of blijf thuis wonen en reken op dagelijks uren reizen. Het tekort aan studentenkamers is inmiddels zo groot en de huurprijzen zijn zo hoog opgelopen dat een groeiende groep studenten bewust afziet van zelfstandig wonen. Dat is geen vrije keuze, maar een noodgedwongen aanpassing aan een markt die structureel tekortschiet.

Uit de jaarlijkse monitor van het Kenniscentrum Studentenhuisvesting (Kences) blijkt dat er een tekort is van ruim twintigduizend kamers. Sociale huisvesters bouwen weliswaar bij, maar het particuliere aanbod krimpt sneller. In studiejaar 2024-2025 daalde het nettosaantal beschikbare kamers met zo’n dertienduizend, grotendeels als gevolg van de invoering van de Wet betaalbare huur, waardoor particuliere verhuurders hun woningen massaal verkochten. Tegelijkertijd stegen de huurprijzen gestaag door: studenten betalen gemiddeld 643 euro per maand in de particuliere sector, twee keer zoveel als de basisbeurs voor uitwonende studenten. In Amsterdam loopt dat op tot 950 euro, in Utrecht, Rotterdam, Haarlem en Den Haag tot ruim 700 euro.

Zoeken als dagtaak

Anie (18) staat tijdens de KEI-week in Groningen te praten met medestudenten op de Grote Markt. Op de vraag of ze al een kamer heeft gevonden, is haar antwoord kort: “I wish. Het is lastig. Héél lastig.” Ze heeft op een stuk of twaalf kamers gereageerd, via Facebookgroepen en het platform myHospi. Pas deze week mag ze voor het eerst “op hospi” — het hospiteerproces dat bij vrijwel alle particuliere studentenhuizen de toegangspoort vormt. Vriendinnen van haar doorliepen dat proces tien keer zonder resultaat.

Als ze over twee weken nog niets heeft gevonden, reist ze dagelijks vanuit Oldenzaal: twee uur heen, twee uur terug. De zeventienjarige Celine, die naast haar staat, neemt elke avond de trein terug naar Zwolle. De laatste verbinding vertrekt om kwart voor twaalf, maar de feesten duren tot vier uur ’s nachts. “Ik mis wel veel”, zegt ze nuchter, “maar dat wist ik van tevoren.”

Celine begon haar zoektocht twee maanden geleden — te laat, zo bleek. In Groningen adviseren de universiteit en hogeschool om al in april te beginnen. Ze zoekt via Facebook maar wordt nauwelijks uitgenodigd. Haar vermoeden: verhuurders geven de voorkeur aan achttienplussers, die mee kunnen drinken en doorgaans meer ervaring hebben met huishouden. “In september word ik achttien. Misschien lukt het dan wel.”

Inschrijven op je zestiende

Wie tijdig heeft gezocht, is nog niet zeker van succes. Ietske (19) uit Alkmaar speurt al sinds januari naar een kamer in Utrecht. Ze reageerde via Facebook en Kamernet, schreef zich in voor antikraakbewoning en liet haar contactgegevens achter bij tientallen websites. “Ik ben wel een beetje kieskeurig. Of nou ja, kieskeurig — het is ook gewoon dat ik geen 800 euro per maand kan betalen.” Ze heeft inmiddels twee bijbanen en pendelt voorlopig vanuit Alkmaar, ruim een uur reizen van haar faculteit. “Best te overzien”, zegt ze.

Wie toegang wil tot de goedkopere sociale huisvesting, moet zich jarenlang van tevoren inschrijven. Pien uit Rotterdam, die biomedische technologie gaat studeren in Groningen, staat ingeschreven sinds haar zestiende. Haar ouders studeerden zelf en wisten dat vroeg inschrijven de enige manier is om een betaalbare kamer te bemachtigen. “Ik ben daar eigenlijk best een beetje boos over”, zegt ze. Het systeem beloont kennis en netwerk — en benadeelt wie die niet heeft.

Tien jaar geleden woonde 52 procent van de Nederlandse studenten op kamers. Dat aandeel is inmiddels gedaald naar 44 procent. Ook de ambitie om zelfstandig te wonen neemt af: wilde tien jaar geleden nog 59 procent van de hbo- en wo-studenten op zichzelf wonen, inmiddels is dat nog maar 49 procent.

Fraude als bijproduct van schaarste

Op een oververhitte markt zijn studenten een makkelijk doelwit voor fraudeurs. De Landelijke Studentenvakbond (LSVb) runt een Housing hotline, waar studenten terechtkunnen met vragen over huurcontracten, huurprijzen en borg. Bor van Zeeland (24), die de hotline bemant, hielp vorig jaar 263 studenten. Eén op de tien mails die hij ontvangt, gaat inmiddels over oplichting: studenten reageren op niet-bestaande woningen, betalen borg en huur vooruit en horen vervolgens niets meer van hun zogenaamde verhuurder.

Veel van deze fraude speelt zich af via Facebook. De groepen waarin kamers worden aangeboden, tellen tien- tot twintigduizend leden en worden lang niet altijd goed gemodereerd. Van Zeeland opent een mail van een Ierse uitwisselingsstudent die via Facebook een woning vond, foto’s en video’s ontving, een contract tekende en 1.650 euro betaalde aan borg en huur. Kort daarna volgde een bericht: vanwege een nieuwe regel voor tijdelijke verhuur zou hij nóg een maand vooruit moeten betalen. “Dit is wat scammers vaker doen”, zegt Van Zeeland. Zijn eerste reactie aan de student is ondubbelzinnig: do not pay.

Internationale studenten dubbel benadeeld

Voor internationale studenten is de zoektocht nog moeizamer. Boven de meeste advertenties staat expliciet: “No internationals.” De Bulgaarse Ivon (19) reageerde op honderd kamers en ontving slechts twee berichten terug — beide met de mededeling dat er al iemand was gekozen. “Ik snap niet waarom ze niet met ons willen samenwonen. Ze zeggen: vanwege de taalbarrière. Maar die is er helemaal niet. Iedereen in Nederland spreekt Engels. En we gaan gewoon dezelfde studie doen.”

Twee weken voor haar vertrek vond Ivon via de Facebookgroep van haar studie fysiotherapie alsnog een kamer. Haar Franse medestudent Mickael (20) had minder geluk en zit voorlopig in een short-stay studio van studentenhuisvester SSH: zes maanden voor 1.300 euro per maand. “Crazy expensive”, zegt hij. “Maar ik hoef gelukkig geen badkamer of keuken te delen. Daar ben ik niet sociaal genoeg voor.”

Bewust afhaken

Een deel van de studenten trekt een eigen conclusie uit de situatie en haakt bewust af. Cesar (18) woont in Leeuwarden, 35 minuten per trein van Groningen. Hij vindt het “onnodig” om honderden euro’s per maand te betalen voor een kamer. “Van dat geld zit ik liever op een terras, of koop ik nieuwe kleren.” Paul (19) uit Hilversum, die in september geneeskunde gaat studeren in Utrecht, overweegt het zoeken niet eens serieus. “Ik zou het wel leuk vinden om uit huis te gaan, maar is het al die moeite waard? Dan moet ik heel lang zoeken. En het is zo duur.”

Paul beschrijft zijn strategie voor het vinden van woonruimte als volgt: vrienden maken, en hopen dat er via via een kamer vrijkomt. Facebook, Kamernet, hospiteren — daar begint hij niet aan. “Al die bullshit ga ik niet doen.” Het klinkt laconiek, maar achter die houding schuilt een reële afweging. De markt vraagt van studenten een investering in tijd, geld en doorzettingsvermogen die lang niet iedereen kan of wil opbrengen. En zolang het structurele tekort niet wordt aangepakt, zal die groep alleen maar groeien.