Koopkracht daalt volgend jaar ondanks stijgende lonen — belastingen zijn de oorzaak

Hogere lonen, maar minder te besteden

Wie verwacht dat stijgende lonen automatisch leiden tot meer koopkracht, komt in 2027 bedrogen uit. Voor de meeste Nederlandse huishoudens daalt het besteedbaar inkomen volgend jaar licht — niet omdat de economie tegenzit, maar omdat de belastingdruk toeneemt. Dat blijkt uit cijfers die het ministerie van Sociale Zaken vandaag heeft gepubliceerd, en die in grote lijnen overeenkomen met berekeningen van het Centraal Planbureau.

De verwachte inflatie voor 2027 bedraagt gemiddeld 2,7 procent. Tegelijkertijd stijgen de cao-lonen met 3,8 procent — ruim boven de prijsstijging. Ook het minimumloon gaat omhoog, met 4 procent, en die verhoging werkt door in hogere uitkeringen. Op papier zouden werkenden en uitkeringsgerechtigden er dus op vooruit moeten gaan.

Toch is dat niet het geval.

Belastingverhogingen als verklaring

De voornaamste oorzaak van de koopkrachtdaling is een lastenverzwaring via de inkomstenbelasting. Een centrale rol speelt de zogenoemde vrijheidsbijdrage: een belastingmaatregel waarmee het kabinet de miljardenverhogingen in het defensiebudget gedeeltelijk financiert.

De maatregel werkt als volgt: in plaats van de belastingschijven volledig te corrigeren voor inflatie, past het kabinet slechts een gedeeltelijke inflatiecorrectie toe. Daardoor schuiven belastingbetalers sneller op naar een hogere schijf en betalen zij meer inkomstenbelasting — zonder dat hun reële inkomen navenant is gestegen. Dit mechanisme, ook wel fiscale koude progressie genoemd, treft vooral middeninkomens.

De hogere belastingdruk is overigens niet uitsluitend een gevolg van het huidige kabinetsbeleid. Ook beslissingen van voorgaande kabinetten spelen een rol in de cumulatieve lastenstijging die huishoudens in 2027 voelen.

Wie gaat er het meest op achteruit?

Het zijn opvallende uitkomsten. Hogere inkomens worden harder geraakt door de fiscale maatregelen, terwijl huishoudens aan de onderkant van de arbeidsmarkt profiteren van de forse stijging van het minimumloon en de doorwerking daarvan in toeslagen en uitkeringen.

Gepensioneerden: een uitzondering

Niet iedereen gaat erop achteruit. Veel gepensioneerden zien hun inkomen in 2027 juist stijgen, gemiddeld met 0,3 procent. De verklaring ligt in de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel: veel pensioenfondsen schakelen komend jaar over, en die transitie gaat gepaard met een eenmalige extra indexatie van de pensioenen.

De helft van de gepensioneerden heeft te maken met een koopkrachtontwikkeling die uitkomt tussen -0,2 en +0,7 procent. De spreiding is daarmee aanzienlijk, afhankelijk van het pensioenfonds waarbij iemand is aangesloten en de mate van indexatie die dat fonds doorvoert.

Politieke verantwoordelijkheid

De cijfers stellen een scherpe vraag aan het adres van het kabinet: is een koopkrachtdaling voor de meerderheid van de bevolking een aanvaardbare prijs voor hogere defensie-uitgaven? De vrijheidsbijdrage is een bewuste politieke keuze — een die de lasten breed verspreidt, maar middeninkomens relatief zwaar treft.

Dat lonen en uitkeringen harder stijgen dan de inflatie biedt enige context, maar verandert de kern van de zaak niet. Voor huishoudens die elke euro omdraaien, telt het nettobedrag op de bankrekening — en dat daalt volgend jaar voor de meeste Nederlanders.