Lage inkomens gaan meer betalen in nieuw stelsel
Ouders met een laag inkomen gaan in het nieuwe kinderopvangstelsel, dat naar verwachting in 2029 ingaat, iets meer betalen dan onder het huidige systeem. De oorzaak ligt in de hogere kosten van het nieuwe stelsel, die het kabinet aanvankelijk had onderschat. Dit is een opmerkelijke uitkomst voor een hervorming die juist bedoeld is om kinderopvang toegankelijker en eenvoudiger te maken.
In het huidige systeem hangt de vergoeding sterk af van het inkomen: de laagste inkomens ontvangen 96 procent van de kosten vergoed, terwijl de hoogste inkomens slechts 36,5 procent terugkrijgen. Het kabinet wil dit vervangen door één uniform percentage van 95,6 procent voor alle ouders, ongeacht inkomen. Per saldo betekent dit dat lage inkomens er licht op achteruitgaan, terwijl midden- en hogere inkomens er fors op vooruitgaan.
Volgens het ministerie van Sociale Zaken gaat het voor lage inkomens om een geschatte meeruitgave van 120 euro per jaar, berekend op basis van een gezin met twee kinderen dat twee dagen per week gebruikmaakt van kinderopvang. Het gaat daarmee om een beperkt, maar reëel financieel nadeel voor de groep die het minst te besteden heeft.
Direct betalen aan kinderopvang moet terugvorderingen voorkomen
Het ministerie van Sociale Zaken heeft de wet voor het nieuwe stelsel inmiddels naar de Raad van State gestuurd, die een advies zal uitbrengen. De kern van de hervorming is dat de overheid de kinderopvangtoeslag voortaan rechtstreeks aan de kinderopvanginstelling uitbetaalt, in plaats van aan de ouders zelf. Ouders betalen enkel een kleine eigen bijdrage. Daarmee beoogt het kabinet een einde te maken aan de jarenlange problematiek van onverwachte en soms forse terugvorderingen, een pijnpunt dat duizenden gezinnen in financiële problemen heeft gebracht.
De verwachting is dat de verhoogde vergoeding voor midden- en hogere inkomens meer mensen ertoe aanzet om (meer) te gaan werken, doordat de drempel van hoge opvangkosten wegvalt. Om de kinderopvangsector de tijd te geven zich voor te bereiden op de verwachte toename in vraag, werd de toeslag de afgelopen twee jaar al stapsgewijs verhoogd. Die geleidelijke aanpak moet capaciteitsproblemen bij de invoering van het nieuwe stelsel voorkomen.
Bezuiniging van 350 miljoen euro dempt de verhoging
Ook in 2025 stijgt de kinderopvangtoeslag verder, al geeft het kabinet er wel 350 miljoen euro minder aan uit dan oorspronkelijk gepland. Toch betekent dit volgens het ministerie dat een gezin met twee keer modaal inkomen, twee kinderen en twee dagen opvang per week, in 2026 alsnog zo’n 700 euro meer toeslag ontvangt dan het jaar ervoor. De bezuiniging vertraagt de stijging, maar keert haar niet om.
De plannen voor het nieuwe kinderopvangstelsel zijn echter nog verre van definitief. Zowel de Tweede als de Eerste Kamer moeten zich er nog over uitspreken, en politieke steun is geenszins gegarandeerd. Bovendien heeft het kabinet voor de begroting nog geen parlementaire meerderheid, wat betekent dat ook de toeslag voor volgend jaar nog kan wijzigen. De uitkomst van die begrotingsonderhandelingen zal mede bepalen hoe het stelsel er uiteindelijk uit komt te zien en wie er daadwerkelijk van profiteert.

