In heel Polen hangen ze bij overheidsgebouwen en infrastructuur: knalgele borden met de tekst ‘verboden voor drones’. Het land staat al sinds de Russische invasie van Oekraïne in 2022 op scherp, maar deze zomer volgen hybride aanvallen elkaar in een steeds hoger tempo op. Langs de oostgrens klinkt het luchtalarm vaker dan ooit.
Premier Donald Tusk waarschuwde het Poolse parlement dat inlichtingen erop wijzen dat Rusland van plan is EU-grondgebied te bestoken met drones en raketten. Mogelijk is de eerste gerichte aanval al een feit.
Wat is er tot nu toe gebeurd?
Op 30 juli vloog een Russische Kh-101-kruisraket het Poolse luchtruim in en sloeg neer in een veld in Tarnawa-Kolonia, zo’n honderd kilometer van de Oekraïense grens. Generaal-majoor Irneusz Nowak stelde na onderzoek dat het voor 80 procent waarschijnlijk is dat de raket geprogrammeerd was om precies die locatie te raken. Het ging om een modern, recent geproduceerd wapen dat sterk bestand is tegen elektronische verstoring.
Naast dit incident zijn er meer concrete voorvallen: een Russisch fregat schoot op 14 september lichtkogels richting een Deense legerhelikopter, waarvan één rakelings langs het toestel vloog. Een dag eerder werd een spoorverbinding aan Oekraïense zijde, vlakbij de Poolse grens, opgeblazen — op het moment dat de Britse oud-premier Boris Johnson datzelfde traject aflegde. Ook werd een Russische drone met explosief aangetroffen in de Oostzee, en een met explosieven uitgeruste drone dook op bij een Oekraïens vrachtvliegtuig op de luchthaven van Leipzig.
Henrik Praks, onderzoeker bij het International Centre for Defence and Security in Tallinn, stelt droogjes vast: „We hebben op de een of andere manier het geluk gehad dat er nog nauwelijks dodelijke slachtoffers zijn gevallen.”
Wat wil Rusland bereiken met deze aanvallen?
De precieze strategische doelen van Moskou zijn niet altijd even helder, maar de logica achter de campagne is goed te reconstrueren. Justyna Gotkowska, adjunct-directeur van het Centrum voor Oosterse Studies (OSW) in Warschau, formuleert het kernachtig: „We gaan een fase van de Russisch-Oekraïense oorlog in die meer risico’s met zich meebrengt, zowel voor Oekraïne als voor de NAVO-landen, met name aan de noordoostelijke flank.”
De hybride druk dient meerdere doelen tegelijk. Aanvallen op transportroutes en infrastructuur bemoeilijken de aanvoer van militaire steun aan Oekraïne. Tegelijkertijd levert een kruisraket die ongemoeid door het Poolse luchtruim vliegt waardevolle informatie op over de zwakke plekken in de Poolse luchtverdediging.
Daarnaast speelt intimidatie een rol. Europese bevolkingen en regeringen die angst gaan meewegen in hun steunbesluiten, zijn voor Moskou een strategisch voordeel. En landen die hun eigen defensievoorraden op peil willen houden, doneren minder aan Oekraïne. Premier Tusk vat het overkoepelende doel samen: Rusland wil van artikel 5 van het NAVO-verdrag een dode letter maken — het principe dat een aanval op één lidstaat als een aanval op allen wordt beschouwd.
„Herhaaldelijk onbeantwoorde aanvallen zullen in de ogen van de Russen een steeds duidelijker beeld schetsen van de machteloosheid van de NAVO”, aldus Tusk. De aanvallen worden bewust als ‘incidenten’ gepresenteerd, niet als oorlogsverklaringen, waardoor de drempel voor een collectieve NAVO-reactie hoog blijft.
Hoe groot is het risico op een directe militaire escalatie?
Het scenario dat in veiligheidskringen het meest besproken wordt, is dat van ‘Narva’: de Estse grensstad met een grote Russischsprekende minderheid. Volgens het Amerikaanse Institute for the Study of War zou Rusland daar een separatistische ‘volksrepubliek’ kunnen aanwakkeren, vergelijkbaar met wat het in 2014 deed in het oosten van Oekraïne.
Het bezoek van CIA-directeur John Ratcliffe aan Moskou eind augustus wordt door sommige media geduid als een waarschuwing aan het Kremlin om geen directe aanval op NAVO-bondgenoten te wagen — met name de Baltische staten. De vergelijking met het bezoek van zijn voorganger William Burns, drie maanden vóór de invasie van Oekraïne, dringt zich op.
Toch zijn de meeste experts gematigd over het directe risico. Gotkowska: „Ik denk niet dat er een acuut risico bestaat op een militaire inval in de Baltische staten, kleinschalig of groot.” Praks sluit zich daarbij aan: „Een openlijke militaire campagne acht ik zeer onwaarschijnlijk. Zoiets zou zeer moeilijk te ontkennen zijn en meteen een militair conflict uitlokken met NAVO-lidstaten.”
Bovendien ontbreekt vooralsnog de benodigde rechtvaardiging. Praks wijst erop dat Rusland altijd een narratief opbouwt voordat het handelt, hoe onwaar dat narratief ook is. „Die narratieven zien we nog niet tegen Estland.” Zolang de oorlog in Oekraïne voortduurt, zal het Kremlin geen tweede front riskeren.
Hoe moet Europa reageren?
Moskou ontkent iedere betrokkenheid. Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken draait de redenering zelfs om en stelt dat ‘het collectieve Westen’ een hybride oorlog tegen Rusland voert. Kremlin-woordvoerder Peskov noemde het drone-incident in Leipzig een „gefabriceerde provocatie” en inlichtingen over verdere aanvallen „griezelverhaaltjes”.
„Als we Rusland niet laten zien dat er een limiet zit aan agressief handelen, dan zal het Kremlin niet stoppen”, aldus Gotkowska. De centrale uitdaging voor Europa is precies die balans: geloofwaardig reageren op een hybride campagne die bewust onder de drempel van een openlijk gewapend conflict blijft.
Dat vraagt om politieke eensgezindheid, heldere afspraken binnen de NAVO over wat als een casus belli geldt, en een langetermijnstrategie die verder gaat dan incidentbeheer. Vooralsnog lijkt Europa die antwoorden nog te zoeken.

