Structureel geld voor vroege schuldhulp: gemeenten kunnen twee keer zoveel mensen bereiken

Elk jaar ontvangen gemeenten meer dan een miljoen signalen van betalingsachterstanden bij burgers. Achterstallige huur, onbetaalde energierekeningen, zorgpremies die niet worden voldaan — het zijn stille voorbodes van ernstigere financiële problemen. Toch slaagt slechts één op de vijf gemeenten erin daadwerkelijk contact te leggen met de mensen achter die signalen. De brief die op de deurmat valt, wordt genegeerd. Het telefoontje dat nooit plaatsvindt, mist zijn doel.

Minister Vijlbrief van Sociale Zaken wil daar verandering in brengen. Hij stelt jaarlijks 20 miljoen euro structureel beschikbaar om gemeenten te helpen mensen met beginnende schulden eerder en effectiever te bereiken. Met dat bedrag verwacht hij dat gemeenten twee keer zoveel mensen kunnen benaderen dan nu het geval is.

De urgentie is reëel. Volgens Vijlbrief bevinden zo’n 700.000 mensen zich momenteel in een schuldensituatie. Gemeenten zijn sinds 2021 wettelijk verplicht om burgers proactief te benaderen zodra woningcorporaties, energiebedrijven, zorgverzekeraars of drinkwaterbedrijven een betalingsachterstand doorgeven. Het principe is eenvoudig: vroegtijdige hulp voorkomt dat een beheersbaar probleem uitgroeit tot een onoplosbare crisis.

Het probleem zat tot nu toe niet in de intentie, maar in de uitvoering. Gemeenten beschikten over te weinig personeel om de stroom van meldingen bij te houden. Vorig jaar werden bij meer dan 814.000 adressen contactpogingen ondernomen, maar in slechts een op de vijf gevallen leidde dat tot een daadwerkelijk gesprek. Brieven worden zelden beantwoord door mensen die al onder druk staan.

De eerder beschikbare middelen — ook 20 miljoen euro, maar op tijdelijke basis — bleken onvoldoende om het probleem structureel aan te pakken. Gemeenten konden daardoor geen vaste medewerkers aantrekken, omdat zij hen alleen tijdelijke contracten konden aanbieden. Gekwalificeerd personeel vertrok elders naartoe, en opgebouwde expertise verdween met hen. Door het geld nu structureel te maken, ontstaat de ruimte voor stabiele aanstellingen en continuïteit in de dienstverlening.

“Persoonlijk contact maakt hierbij het verschil, in plaats van de zoveelste brief die op de deurmat valt,” aldus Vijlbrief. De redenering is pragmatisch: mensen in financiële nood reageren zelden op papier, maar zijn vaak wél ontvankelijk voor een menselijk gesprek. Investeren in dat contact is daarmee geen symbolisch gebaar, maar een meetbare keuze voor effectiviteit.

Tegelijkertijd worden nieuwe afspraken gemaakt met de partijen die betalingsachterstanden als eerste signaleren. Verhuurders, energiemaatschappijen, zorgverzekeraars en drinkwaterbedrijven hebben toegezegd zelf sneller in te grijpen wanneer een klant achterloopt met betalen. De bedoeling is dat zij in een vroeg stadium zelf contact opnemen, zodat een melding aan de gemeente in sommige gevallen helemaal niet meer nodig is. Vijlbrief ondertekende die afspraken vanmiddag met vertegenwoordigers van al deze sectoren.

De aanpak weerspiegelt een bredere les uit de schuldhulpverlening: hoe eerder ingegrepen wordt, hoe kleiner de schade — voor de betrokkene én voor de samenleving. Een schuld van enkele honderden euro’s die tijdig wordt gesignaleerd, kan worden opgelost met begeleiding. Diezelfde schuld, een jaar later, kan zijn uitgegroeid tot een probleem dat jaren van hulpverlening vergt. De investering van 20 miljoen euro per jaar is in dat licht niet alleen sociaal wenselijk, maar ook economisch verdedigbaar.