Natuur en BBB gaan prima samen: een koppel aan de Reeuwijkse plassen

Tussen de eenden en de politiek

Heidi Looy (63) en Wilco van Roon (56) wonen aan de Reeuwijkse plassen in Reeuwijk, een waterrijk natuurgebied in het Groene Hart. Ze runnen samen een hoveniersbedrijf, beheren een eigen stichting voor natuurbehoud en zijn allebei politiek actief — Heidi als Statenlid voor de BBB in Zuid-Holland, Wilco als gemeenteraadslid voor de lokale partij Lokaal Liberaal in Bodegraven-Reeuwijk. Hun dagelijks leven speelt zich grotendeels buiten af, omringd door zo’n 75 eenden, meerkoeten, waterrallen en af en toe een bever of een zeearend.

Hun betrokkenheid bij natuur en hun politieke kleur lijken op het eerste gezicht misschien tegenstrijdig, maar dat is een misvatting die hen duidelijk niet onbekend is. “Er staat nergens dat je niet voor natuur bent als je bij de BBB zit,” zegt Heidi nuchter. “Het boerenlandschap is heel rijk — het zit vol weidevogels.” Het is een opmerking die de kern raakt van hoe zij en Wilco naar de wereld kijken: pragmatisch, zonder ideologische blinddoek.

Exoten en klimaatverandering

Wilco signaleert veranderingen in de natuur om hen heen die hij niet mist. De wintergasten komen later omdat het te warm blijft, en het aantal exoten — soorten die van nature niet in Nederland voorkomen — neemt toe. De halsbandparkiet plundert de nesten van spechten, die zich daartegen niet kunnen verdedigen. De Aziatische hoornaar doodt inheemse bijensoorten. “Het is echt een plaag,” zegt hij, zonder dramatisering maar met de ernst van iemand die het dagelijks ziet.

Heidi schrijft deze ontwikkelingen toe aan klimaatverandering, maar trekt daar nuchtere conclusies uit. “Ik denk dat we daar weinig aan kunnen doen. We krijgen gewoon een Middellandse Zeeklimaat — die ontwikkeling krijg je niet binnen een decennium gekeerd.” Wilco voegt eraan toe dat zelfs een volledige stop van fossiele uitstoot het tij niet zou keren. Het is een standpunt dat haaks staat op de dominante beleidsretoriek, maar dat ze zonder omhaal uitspreken.

Biologische landbouw en voedselzekerheid

Over de transitie naar biologische landbouw denken ze genuanceerd. Volledig biologisch zou mooi zijn, erkent Wilco, maar de risico’s zijn reëel: plagen van exotische dieren, schimmels en vraat kunnen hele oogsten verwoesten. In een wereld met toenemende geopolitieke instabiliteit en stijgende brandstofprijzen acht hij het verstandiger dat Nederland zoveel mogelijk zelfvoorzienend blijft. Heidi stelt de retorische vraag die achter dit standpunt schuilgaat: “Of moeten we dan alles importeren uit landen waar bestrijdingsmiddelen wél zijn toegestaan?” Het is een vraag die zelden hardop gesteld wordt in het debat over duurzame landbouw, maar die wel degelijk relevant is.

De jacht beschouwen beiden als een volwaardig onderdeel van natuurbeheer. “Je moet sturen op overpopulaties en evenwicht,” legt Wilco uit. Ze distantiëren zich uitdrukkelijk van de romantische beeldvorming rondom de jacht — geen Engelse adel op vossenjacht, maar beheer van de wildstand als praktische noodzaak. Het was ook de jacht die hen twaalf jaar geleden samenbracht, via een discussie op Facebook.

Een leven dicht bij de grond

Hun dagelijks leven is gestructureerd en sober van aard. Ze staan om zes uur op, ontbijten samen, laten de honden uit en gaan aan het werk. ’s Middags wordt er warm gegeten — een gewoonte die Wilco omschrijft als “ouderwets boerengebruik”, maar die praktisch zijn nut bewijst voor wie de rest van de dag lichamelijk werk verricht. Ze eten vrijwel uitsluitend vers voedsel: zelfgeschoten en -geslacht wild als gans, ree, wildzwijn en hert, groente uit eigen moestuin of van boerenwinkels in de buurt, vis rechtstreeks van de afslag in Scheveningen.

Ze gaan nauwelijks op vakantie en vliegen niet — niet uit principiële bezwaren, maar omdat het onpraktisch is met de honden en omdat ze hun omgeving al als vakantie ervaren. “Waar wij wonen is voor ons elke dag vakantie,” zegt Wilco. Ze mantelzorgen voor Heidi’s moeder, de buren en haar oom en tante, en geven regelmatig mee wat er te veel gekookt is. Samen verdienen ze ongeveer een modaal inkomen.

Pragmatisme als kompas

Wat Heidi Looy en Wilco van Roon interessant maakt, is niet zozeer hun politieke kleur als wel de consistentie tussen hun dagelijks leven en hun overtuigingen. Ze leven dicht bij de natuur, kennen haar grillen en beperkingen van nabij, en trekken daaruit conclusies die niet altijd stroken met wat gangbaar is in het publieke debat. Dat maakt hen tot een voorbeeld van hoe betrokkenheid bij natuur en een kritisch-pragmatische kijk op beleid elkaar niet hoeven uit te sluiten — integendeel.