Totale studieschuld daalt voor het eerst, maar hoge schulden blijven groeien

Begin dit jaar stond de teller op 28 miljard euro. Voor het eerst in jaren daalde de totale studieschuld van studenten en oud-studenten in Nederland — met 800 miljoen euro ten opzichte van een jaar eerder. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maakte de cijfers bekend, en de verklaring ligt voor de hand: het omstreden leenstelsel behoort inmiddels tot het verleden.

“Het heeft waarschijnlijk alles te maken met dat het leenstelsel er sinds een paar jaar niet meer is”, zegt hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het CBS. “Je zag de totale schuld al steeds minder toenemen, en nu is deze zelfs afgenomen.” Die kentering weerspiegelt een beleidswijziging die in 2023 definitief werd doorgevoerd: de herinvoering van de basisbeurs in het hoger onderwijs.

Minder leningen, meer beurs

Het aantal studenten dat een lening aanvraagt daalt al langer. Dit jaar werden voor de derde keer op rij minder leningen aangevraagd, een trend die samenvalt met de terugkeer van de basisbeurs in het studiejaar 2023-2024. Van Mulligen nuanceert: “Het is niet zo dat studeren nu spotgoedkoop is, maar de basisbeurs helpt wel mee.”

De hoogte van de basisbeurs verschilt per situatie. Studenten die nog thuis wonen ontvangen een lager bedrag dan uitwonende studenten. Wie in aanmerking komt voor een aanvullende beurs, ziet het inkomen van de ouders als bepalende factor. Het systeem geeft studenten daarmee meer financiële ruimte zonder dat zij direct naar een lening hoeven te grijpen.

Tegelijkertijd loopt het aantal oud-studenten mét studieschuld nog steeds op. In 2026 hebben ruim 1,1 miljoen oud-studenten een openstaande schuld, 6000 meer dan het jaar ervoor. “Dat zijn waarschijnlijk nog mensen die onder het leenstelsel zijn begonnen met studeren”, aldus Van Mulligen. “Het aantal loopt afgelopen jaren op, maar vlakt wel steeds verder af.”

Hoge schulden als erfenis van het leenstelsel

Het leenstelsel gold voor studenten die tussen september 2015 en 2023 met hun studie begonnen. In die periode verdween de basisbeurs, en studenten waren aangewezen op leningen om hun studie te bekostigen. De gevolgen zijn nog steeds zichtbaar in de schuldcijfers.

Hoewel het totale aantal mensen met een studieschuld daalt, verdubbelde het aantal personen met een schuld van meer dan 50.000 euro in de afgelopen zes jaar. Bijna 5000 mensen torsen een studieschuld van meer dan een ton. Tegelijkertijd heeft de helft van alle schuldenaars een openstaand bedrag van minder dan 10.000 euro — de spreiding is daarmee groot.

De pechgeneratie en haar compensatie

Het leenstelsel was gebaseerd op de gedachte dat studenten met welgestelde ouders geen overheidssteun nodig hadden. In de praktijk bouwden veel studenten hoge schulden op, ongeacht de financiële situatie thuis, en groeide de maatschappelijke kritiek. Het kabinet besloot uiteindelijk de basisbeurs te herintroduceren.

Voor de studenten die in de tussenliggende jaren studeerden — al snel de pechgeneratie gedoopt — kwam een compensatieregeling. Zij ontvangen bijna 35 euro voor iedere maand dat zij binnen het leenstelsel recht hadden op een studiebeurs. Omdat de Tweede Kamer dat bedrag onvoldoende vond, werd daar later een aanvullende vergoeding van 44,50 euro per maand aan toegevoegd.

De verwachting is dat uitvoeringsinstantie DUO de compensatie vanaf april 2027 zal overmaken aan iedereen die er recht op heeft. Voor honderdduizenden oud-studenten betekent dat nog enkele jaren wachten op een financiële erkenning van een periode waarin de overheid hen met een rekening opzadelde die zij niet hadden voorzien.