Een droneaanval op een vluchtelingenkamp in het zuidoosten van Sudan heeft zeker veertig mensen het leven gekost. De meeste slachtoffers zijn vrouwen en kinderen.
De aanval trof een kamp vlak bij de grens met Ethiopië. Mensenrechtenorganisatie Emergency Lawyers, die de Sudanese burgeroorlog nauwgezet volgt, meldt dat de paramilitaire Rapid Support Forces (RSF) achter de aanval zitten. De VN-hulporganisatie OCHA liet weten geschokt te zijn door het incident en bevestigde de hoge tol onder burgers.
De RSF en het reguliere regeringsleger, de Sudanese Armed Forces (SAF), strijden al ruim drie jaar om de macht in Sudan. De oorlog begon nadat de leiders van beide partijen gezamenlijk een staatsgreep hadden gepleegd, maar het vervolgens oneens werden over de verdeling van de macht. Wat als een interne machtsstrijd begon, groeide uit tot een van de meest verwoestende conflicten ter wereld.
De VN bestempelt de burgeroorlog in Sudan inmiddels als de grootste humanitaire crisis wereldwijd. Beide partijen begaan oorlogsmisdaden, maar de RSF geldt als de meest gewelddadige actor in het conflict. De VN concludeerde eerder dat het geweld van de RSF kenmerken vertoont van genocide, met name in de regio Darfur in het westen van het land, waar de paramilitairen grote delen van het grondgebied controleren.
Het regeringsleger houdt het oosten en noorden van Sudan in handen, inclusief de hoofdstad Khartoem. Miljoenen Sudanezen zijn door het aanhoudende geweld ontheemd geraakt, en de aanval op het vluchtelingenkamp illustreert hoe kwetsbaar ook degenen zijn die al voor het geweld zijn gevlucht. Een droneaanval op een kamp vol ontheemden is geen vergissing aan het front — het is een aanval op mensen die nergens anders heen kunnen.

