Lege schappen bij Albert Heijn: een wake-upcall voor de kwetsbaarheid van onze voedselketen

Een cyberincident bij Albert Heijn legde afgelopen dagen de distributie plat en zorgde voor lege schappen in supermarkten door het hele land. Het incident is klein in omvang, maar groot in betekenis.

Distributie, niet productie, is de zwakke schakel

Deskundigen wijzen erop dat niet de voedselproductie, maar de distributie het meest kwetsbare onderdeel is van de Nederlandse voedselketen. Pieter Zwaan van onderzoeksinstituut Clingendael, die in opdracht van het ministerie van Landbouw de kwetsbaarheden van het voedselsysteem onderzocht, legt uit waarom dat zo is.

Supermarkten en distributiecentra werken samen met een gecombineerde voorraad van slechts zes dagen. Nieuwe producten stromen continu aan, maar die aanvoer leunt zwaar op IT-systemen die precies op tijd nieuwe voorraden moeten triggeren. Valt zo’n systeem uit, dan volgen de lege schappen snel.

Zwaan nuanceert de directe gevolgen van het Albert Heijn-incident. Wie per se verse bloemkool of broccoli wilde, kon uitwijken naar een concurrent. Maar hij sluit niet uit dat bij een langere storing ook ketens als Jumbo of Lidl uiteindelijk met tekorten zouden zijn geconfronteerd.

Acht dagen noodvoorraad als nieuwe norm

Vorige maand publiceerden onderzoekers van Clingendael en de Erasmus Universiteit een rapport met een opvallende aanbeveling: Nederlanders zouden niet drie, maar acht dagen aan noodvoedsel in huis moeten hebben. Die conclusie is gebaseerd op scenarioanalyses die de onderzoekers uitvoerden.

De aanbeveling om supermarkten te verplichten een minimale noodvoorraad aan te houden, stuit echter op praktische en financiële bezwaren. Zwaan wijst op het ruimtegebrek in binnensteden en op de vraag wie de kosten draagt: de supermarkt zelf of de overheid die de buffer eist.

Efficiëntie versus weerbaarheid

De kern van het probleem is een structurele afweging. De Steenhuijsen Piters legt uit dat supermarkten zijn gebouwd op efficiëntie, met lage consumentenprijzen en hoge winstmarges als doel. Dat model heeft de weerbaarheid, de continuïteit en de leveringszekerheid uitgehold.

Toch kan een iets grotere voorraad ook bedrijfseconomisch verstandig zijn. Zwaan: “Als je ziet hoeveel omzet Albert Heijn nu misloopt, is het misschien slim om vanuit puur bedrijfsperspectief een grotere buffer aan te houden.”

De overheid staat voor een politieke keuze. Voedselzekerheid is een publiek belang, maar de verantwoordelijkheid is nog niet duidelijk belegd. Wie betaalt, wie handhaaft en wie coördineert bij een nationale schok — die vragen liggen nog open.

Kwetsbare groepen en ontbrekende protocollen

Bij een ernstige nationale verstoring dreigen de zwaksten het hardst te worden geraakt. Volgens de FAO zijn er in Nederland momenteel 1,6 miljoen mensen die moeite hebben met hun voedselvoorziening en in het bijzonder met toegang tot gezond voedsel. Een gerichte herverdeling van voedsel zou dan noodzakelijk zijn, maar een nationaal protocol daarvoor bestaat nog niet.

De Steenhuijsen Piters is nuchter over de stand van zaken. “We weten dat ons voedselsysteem kwetsbaar is, maar zijn daar niet voldoende op voorbereid.” Hij ziet tegelijk een langzaam groeiend bewustzijn bij zowel bedrijven als overheid dat weerbaarheid een gedeelde verantwoordelijkheid is. “We staan aan het begin van dat proces.”

Het cyberincident bij Albert Heijn is dan ook meer dan een operationele storing. Het is een concreet bewijs dat de marges in onze voedselketen smal zijn — en dat de klok tikt.