Vijf dagen lang rellen in Albanië: studenten eisen vertrek van premier Rama

Al vijf dagen op rij staan duizenden Albanezen op de been in de hoofdstad Tirana om premier Edi Rama tot aftreden te dwingen. Wat begon als een studentenprotest, is uitgegroeid tot de zwaarste binnenlandse crisis die de langzittende premier tot nu toe heeft meegemaakt. De onrust onthult structurele problemen die Albanië al jaren plagen: corruptie, georganiseerde misdaad en een economie die haar jongeren niet kan vasthouden.

Het protest van dinsdag begon aanvankelijk rustig, maar liep snel uit de hand nadat een groep gemaskerde jongeren stenen naar de politie gooide. Agenten reageerden met flitsgranaten, traangas en een waterkanon. Op videobeelden is bovendien te zien hoe een gewapende agent demonstranten beschiet met rubberen kogels. Meerdere betogers werden geraakt; ook twee journalisten raakten gewond.

Eerder deze week sloegen relschoppers ramen in en staken ze overheidsgebouwen en banken in brand. Die confrontaties kostten tientallen demonstranten en meer dan honderd agenten blessures. Volgens de politie zijn inmiddels zo’n vijfhonderd mensen opgepakt, van wie er nog circa tweehonderd vastzitten.

Corruptie en uitzichtloosheid als brandstof

De woede op straat kent meerdere bronnen. De regering-Rama wordt al langer achtervolgd door corruptieschandalen, die de premier zelf ontkent. Analisten wijzen erop dat drugskartels Albanië gebruiken als doorvoerland en witwascentrum, een reputatie die de al jaren uitgestelde toetreding tot de Europese Unie verder bemoeilijkt.

Daarnaast klagen studenten over een gebrek aan werkgelegenheid en te hoge onderwijskosten. Afgestudeerden vinden nauwelijks werk, en wie kan trekt weg naar het buitenland. Die combinatie van institutioneel wantrouwen en economische uitzichtloosheid heeft de studenten ertoe gebracht zich aan te sluiten bij de zogenoemde flamingobeweging, een breed protestnetwerk dat de druk op Rama opvoert.

Rama is sinds 2013 premier en begon vorig jaar, na een verkiezingsoverwinning van zijn Socialistische Partij, aan zijn vierde termijn. Hij toont geen enkele bereidheid om af te treden. De volgende parlementsverkiezingen staan pas voor 2029 gepland, wat betekent dat de oppositie voorlopig geen formeel democratisch drukmiddel heeft. De vraag is hoe lang de straat bereid is dat geduld op te brengen.