Minder studenten kiezen voor informatica: wat zegt dat over de toekomst van de ict-sector?

Het aantal studenten dat kiest voor een opleiding in informatica of computerwetenschappen daalt sterk. Niet met een paar procent, maar met tientallen procenten ten opzichte van enkele jaren geleden. De timing is opvallend: de daling zette in na 2023, het jaar dat ChatGPT breed beschikbaar werd.

Hoe groot is de daling precies?

De cijfers van Universiteiten van Nederland laten een duidelijk patroon zien. Bij studies onder de noemer ‘software-ontwikkeling en systeemanalyse’ begonnen in 2022 nog 2.871 eerstejaars. Vorig studiejaar waren dat er nog maar 2.003 — een daling van 28 procent. Bij informaticaopleidingen liep het aantal eerstejaars terug van 1.184 naar 953, een afname van 14 procent.

Ook het hbo laat vergelijkbare trends zien. Opleidingen als informatica, gametechnologie en multimedia design trokken in 2025 samen nog 5.600 nieuwe studenten aan, tegenover 7.400 in 2022. Dat is een teruggang van ruim een kwart in drie jaar tijd.

Ter vergelijking: de algehele instroom in het hoger onderwijs daalt al sinds 2020, maar dat gaat doorgaans met zo’n drie procent per jaar. De daling bij ict-studies is dus aanzienlijk groter dan de brede trend en wijst op iets specifieks.

Waarom kiezen studenten weg van ict?

De meest voor de hand liggende verklaring is de opkomst van generatieve kunstmatige intelligentie. Veel schoolverlaters lijken te concluderen dat een toekomst als programmeur onzeker is geworden nu AI steeds beter in staat is code te schrijven. Of dat beeld klopt, is een andere vraag — maar het beïnvloedt studiekeuzes wel degelijk.

Het is een redenering die begrijpelijk is, maar ook te kort door de bocht. Technologische verandering heeft historisch vaker geleid tot een verschuiving in vaardigheden dan tot een volledige verdwijning van beroepen. De vraag naar mensen die systemen kunnen begrijpen, ontwerpen en beheren, blijft groot — ook in een tijdperk van AI. Juist de opkomst van krachtige AI-tools vergroot de behoefte aan mensen die weten hoe zulke systemen werken en waar ze tekortschieten.

Wat zijn de gevolgen voor het onderwijs?

Caspar van den Berg, voorzitter van Universiteiten van Nederland, noemde de krimp eind vorig jaar ronduit verontrustend. Kleine opleidingen dreigen te verdwijnen en onderzoek dreigt te stoppen, terwijl de Nederlandse economie en samenleving volgens hem staan te springen om technisch geschoold talent.

Van den Berg pleitte voor een stabielere bekostiging van universiteiten en een duidelijke nationale talentstrategie. Dat is een politieke oproep met een concrete urgentie: als de instroom structureel blijft dalen, heeft dat gevolgen die pas over vijf tot tien jaar volledig zichtbaar worden — namelijk een tekort aan technisch opgeleide professionals op precies het moment dat de digitale economie verder versnelt.

Wat zegt dit over de bredere arbeidsmarkt?

De paradox is opvallend. Juist nu AI de aandacht trekt als de meest transformatieve technologie van dit moment, haken toekomstige studenten af bij de opleidingen die hen het best zouden uitrusten om met die technologie te werken. De perceptie dat AI de programmeur overbodig maakt, staat haaks op de verwachting van werkgevers en onderzoekers, die juist meer mensen nodig hebben die AI-systemen kunnen bouwen, testen en toepassen.

Of de daling tijdelijk is of een structurele verschuiving vertegenwoordigt, valt nu nog niet met zekerheid te zeggen. Wat wel vaststaat, is dat studiekeuzes van vandaag de arbeidsmarkt van morgen vormgeven — en dat beleidsmakers daar nu al rekening mee zouden moeten houden.