Israël in de knel: ultraorthodoxe dienstplicht blijft politieke tijdbom

De decennialange strijd over de dienstplicht voor ultraorthodoxe joden in Israël bereikte deze week opnieuw een kookpunt. De Knesset nam een wet aan die arrestatie van ultraorthodoxe dienstweigeraars tot eind januari volgend jaar verbiedt — maar het Hooggerechtshof zette de wet vrijwel direct op pauze, in afwachting van de behandeling van ingediende petities.

De achtergrond van dit conflict is lang en gelaagd. Ultraorthodoxe joden, de zogeheten Haredim, zijn al vrijgesteld van dienstplicht sinds de oprichting van de staat Israël in 1948. Destijds ging het om enkele honderden gevallen. Inmiddels zijn het tienduizenden per jaar, omdat de ultraorthodoxe gemeenschap sterk is gegroeid. Van de ongeveer 80.000 dienstplichtige jesjiva-studenten weigeren er zo’n 72.000 in dienst te gaan.

Het Hooggerechtshof oordeelde in juni 2024 dat deze vrijstelling discriminerend en in strijd met de wet is, en dat ook ultraorthodoxe jongeren tussen de 18 en 26 jaar opgeroepen moeten worden. Eerdere uitspraken in dezelfde richting, in 2012 en 2017, leidden evenmin tot structurele verandering — mede doordat vijf opeenvolgende verkiezingen tussen 2019 en 2022 de wetgeving steeds vertraagden.

De nieuwe wet is dan ook geen principiële oplossing, maar een politieke noodgreep. De ultraorthodoxe coalitiepartijen van premier Netanyahu dreigden tegen alle andere coalitiewetgeving te stemmen als hun achterban niet werd ontzien. Netanyahu zwichtte, ondanks dat de maatregel haaks staat op zijn eigen uitgesproken steun aan het leger.

De militaire top reageert met nauwelijks verholen woede. Legerchef Eyal Zamir noemde de wet “duidelijk en ondubbelzinnig in strijd met de behoeften van het leger”. Het Israëlische leger zegt dringend twaalfduizend nieuwe rekruten nodig te hebben voor lopende operaties in Gaza, Libanon en Iran.

Ook binnen de coalitie zelf viel de beslissing slecht. Plaatsvervangend minister van Buitenlandse Zaken Sharren Haskell stapte op na de stemming. Zij stelde dat de wet schadelijk is voor de staatsveiligheid en onrechtvaardig tegenover diegenen die drie jaar lang in dienst hebben gediend. Haar vertrek illustreert hoe diep de spanning binnen de regeringscoalitie loopt.

Oppositiepoliticus Avigdor Lieberman vatte de absurditeit van de situatie samen met een sneer: verwijzend naar berichten dat de Mossad voormalig Iraans president Mahmoud Ahmadinejad had benaderd als mogelijke toekomstige leider van Iran, merkte hij op dat het kennelijk makkelijker is om Ahmadinejad te rekruteren dan de ultraorthodoxen.

Tegelijkertijd nam de Knesset een basiswet aan die de bestudering van de Thora erkent als wezenlijk onderdeel van het Joodse volk en de staat Israël — tot grote tevredenheid van de ultraorthodoxe partijen. Shas-leider Aryeh Deri sprak van een einde aan de “vervolging” van jesjiva-studenten.

Het Hooggerechtshof heeft nu het laatste woord. Of de rechter opnieuw zal ingrijpen, en of de politiek ditmaal gehoor geeft aan zo’n uitspraak, blijft de centrale vraag in een conflict dat Israël al generaties lang verdeelt.