Belastingplan kabinet-Jetten vastgelopen: SGP eist halt aan draagmoederschapswet, JA21 wil asielconcessies

Het minderheidskabinet van premier Rob Jetten staat voor een politiek schaakprobleem. Voor de goedkeuring van het belastingplan zijn externe stemmen nodig, maar de partijen die die steun kunnen bieden, stellen voorwaarden die de coalitie diep raken. Zowel de route via rechts als via links dreigt te stranden op niet-financiële eisen die ver buiten de begrotingsdiscussie reiken.

De timing is opmerkelijk. Jetten kondigde maandag aan dat hij en zijn partner, tophockeyer Nicolás Keenan, een kind verwachten via een eiceldonor en een draagmoeder. Nog diezelfde avond deelde SGP-Kamerlid Diederik van Dijk op X een bericht van de Amerikaanse activist Katy Faust, die openlijk stelt dat homoseksuele stellen geen ouders zouden mogen worden. De politieke lading was evident, en de timing geen toeval.

Want draagmoederschap staat inmiddels ook op de begrotingstafel. Er ligt een wetsvoorstel klaar dat wensouders direct na de geboorte als juridische ouders erkent, in plaats van de draagmoeder. De SGP wil dat die wet wordt ingetrokken en maakt dat tot expliciete voorwaarde voor haar steun aan het belastingplan. Daarnaast eist de partij dat nieuwe ontwikkelingen rondom abortus — waaronder de uitbreiding van late abortussen naar meer ziekenhuizen — worden bevroren. Een partijwoordvoerder is helder: „Wij gaan niet een belastingplan steunen van een kabinet dat op onze tenen gaat staan op deze voor ons zo belangrijke thema’s.”

Voor coalitiepartijen D66 en VVD zijn dit geen kleine concessies. Juist op thema’s als reproductieve rechten en persoonlijke vrijheid onderscheiden zij zich van traditioneel-conservatieve partijen. Toegeven aan de SGP zou hun liberale profiel ernstig beschadigen — iets wat intern nauwelijks te verkopen valt.

De eisen van JA21 liggen op een ander vlak, maar zijn minstens zo veeleisend. Partijleider Joost Eerdmans formuleerde zijn voorwaarden vorige week openlijk op televisie: herziening van de verblijfsstatus van zeventigduizend Syriërs, instroombeperkende maatregelen, verplaatsing van de Nederlandse asielprocedure naar het buitenland, en het schrappen van het dwangelement uit de spreidingswet. Na een gesprek met asielminister Bart van den Brink meldde Eerdmans dat ze op drie van de vier punten dichter bij elkaar waren gekomen — maar over de spreidingswet bleven ze verdeeld.

Van den Brink was bereid te verwachten dat dwang niet nodig zou zijn; Eerdmans wil een schriftelijke garantie. Daarmee vraagt hij de minister in feite zijn eigen wet niet te handhaven. Dat is politiek gezien een onhoudbare positie voor het kabinet, ook al begrijpt men de electorale logica: JA21 en VVD beconcurreren elkaar fel op het asieldossier, en beide partijen staan in de peilingen op vijftien tot negentien zetels.

De route via links biedt een alternatief, maar ook daar liggen gevoelige knelpunten. Pro-leider Jesse Klaver stelt namens Pro en Volt als voorwaarde dat de geplande lastenverzwaring op arbeid — oplopend tot acht miljard euro per jaar — wordt geschrapt of herzien. Die lasten zouden volgens hen worden verlegd naar vermogenden. Voor de VVD is dat politiek bezwaarlijk, maar de route via links biedt wel een potentiële meerderheid in de Eerste Kamer. Via rechts is die meerderheid er niet: JA21 en SGP zijn in de senaat onvoldoende, en de BBB — die de coalitie daar wél over de streep kan helpen — eist ingrijpende aanpassingen van het stikstofbeleid, iets waar alle drie de coalitiepartijen niets van willen weten.

Het kabinet heeft na het herfstreces nieuwe gesprekken met oppositiepartijen aangekondigd. Begin november debatteert de Tweede Kamer over het belastingplan. De centrale vraag is niet zozeer hoeveel geld er wordt opgehaald, maar welke politieke prijs het kabinet bereid is te betalen voor een meerderheid — en of die prijs überhaupt betaalbaar is zonder de coalitie van binnenuit te beschadigen.