WorldPride Amsterdam: feest en veiligheid in een gespannen balans

Het begon met een aanslag. Vorige week vrijdag reed een auto in op een menigte bij een lhbti-feest in Berlijn, waarbij meerdere mensen om het leven kwamen en tientallen gewond raakten. Nog geen week later opende Amsterdam de deuren voor WorldPride, een van de grootste lhbti-evenementen ter wereld. De vraag die de stad sindsdien bezighoudt: hoe organiseer je een feest dat draait om vrijheid en zichtbaarheid, zonder dat veiligheidsmaatregelen die thema’s volledig overschaduwen?

De bezoekers lieten zich niet afschrikken. Bij Club Church, een iconische gay club in de hoofdstad, stonden al honderden feestgangers in de rij voordat de deuren überhaupt opengingen. Eigenaar Richard Keldoulis had zoiets nog nooit meegemaakt. Tegelijkertijd nam de club dit weekend extra voorzorgsmaatregelen: alle tassen werden grondig gecontroleerd en er was nauw contact met de politie. “Er zijn zeker zorgen en iedereen vindt het spannend”, zei Keldoulis. “Er is extra bewustzijn vanwege de veiligheidsmaatregelen, maar we vertrouwen er ook op dat het goedkomt.”

Voor sommige bezoekers was de herinnering aan Berlijn meer dan abstract. Een man in de rij voor Club Church vertelde dat hij de week ervoor zelf op de plek van de aanslag was geweest. Hij had het feest enkele minuten voor de aanslag verlaten — zijn vrienden waren er nog. “Ik voel de paniek nog steeds in mijn lijf”, zei hij. Toch stond hij er, in Amsterdam. De extra controles waardeerde hij, al plaatste hij ze meteen in perspectief: “Ook in Berlijn waren er barricades en veel veiligheidsmaatregelen, en toch ging het mis.”

Voor de Pride in Amsterdam geldt al jaren dat het dreigingsniveau als hoog wordt beschouwd. Elk jaar worden er zowel zichtbare als onzichtbare veiligheidsmaatregelen genomen. Maar de aanslag in Berlijn vergrootte de druk aanzienlijk. Burgemeester Femke Halsema kondigde afgelopen weekend aan dat de stad waar nodig aanvullende maatregelen zou treffen, met de uitdrukkelijke wens dat bezoekers er zo min mogelijk van zouden merken. Over de concrete inhoud van die maatregelen werd, om veiligheidsredenen, niets bekendgemaakt.

Een vaste schakel in het Amsterdamse veiligheidsnetwerk is Roze in Blauw, een politienetwerk dat zich specifiek richt op de lhbti-gemeenschap. Michel Peters, voorzitter van de Amsterdamse afdeling, omschreef de rol van zijn collega’s als primair verbindend. “We zijn er vooral om het contact met de gemeenschap te leggen en te onderhouden”, zei hij. “We willen deze dagen extra laten zien dat we er zijn, zodat mensen weten dat ze ons kunnen benaderen op het moment dat er iets speelt.”

Nieuw dit jaar was de introductie van zogenoemde safer spaces: meer dan veertig locaties verspreid over de stad — van hotels tot musea — waar lhbti’ers die worden lastiggevallen terechtkunnen voor hulp en ondersteuning. Het initiatief komt van meldpunt Rita, dat zich inzet tegen discriminatie en agressie gericht op de queer-gemeenschap.

Medeoprichter Jerrald Justin legde in de lobby van hotel The Grand — zelf een van de uitwijklocaties — uit wat de gedachte achter het netwerk is. “Het werkt als een veilige deken over de stad heen”, zei hij. “Mensen kunnen bij deze plekken naar binnen als ze wat overkomt of als ze een situatie willen ontvluchten.”

De bedoeling is dat de safer spaces ook na de Pride blijven bestaan. Voor Justin is het initiatief meer dan een praktische maatregel — het is ook een statement. “Er gebeurt heel veel heftigs op dit moment in onze community. Het is helaas elke dag onveilig voor veel queer mensen. Maar we zijn ook heel erg sterk en we vechten terug. En dit initiatief is ook een manier van terugvechten.”

Amsterdam probeerde dit weekend twee dingen tegelijk te zijn: een veilige stad en een vrije stad. Of die combinatie volledig lukt, valt moeilijk te meten. Wat wel vaststaat, is dat de stad er alles aan deed om bezoekers niet te laten kiezen tussen het een en het ander.