Equinix wil datacenter bouwen in Amsterdam-Zuidoost: meer dan een miljard liter drinkwater per jaar

Zeven jaar geleden maakte Equinix voor het eerst een afspraak met een Amsterdamse wethouder over een nieuw datacenter in Amsterdam-Zuidoost. Het perceel aan de rand van Amstel III, een voormalig bedrijventerrein dat de gemeente omvormt tot een stedelijke woonwijk, lag er toen al braak. Het zou nog jaren duren voor de plannen concreet werden. Inmiddels is de vergunningsprocedure in volle gang, en heeft het project de aandacht getrokken van buurtbewoners, experts en provinciale ambtenaren.

Het gaat om vier datacenter-torens van zestig meter hoog, gebouwd door het Amerikaanse bedrijf Equinix, met dertig open koeltorens op het dak. Omdat er vooralsnog geen ruimte is op het elektriciteitsnet, wordt in eerste instantie alleen de eerste toren gerealiseerd. De overige drie volgen na 2035. Als alle torens operationeel zijn, verbruikt het complex jaarlijks 1,1 miljard liter drinkwater voor de koeling van de servers — ruim één procent van de totale jaarlijkse productie van het regionale drinkwaterbedrijf Waternet.

Ter vergelijking: de grotere, voornamelijk luchtgekoelde hyperscalers van Microsoft in Middenmeer, in de kop van Noord-Holland, verbruiken jaarlijks circa 40 miljoen liter water. Het verschil is aanzienlijk. Equinix legt in de vergunningsaanvraag uit dat alternatieve koeltechnieken, die minder water gebruiken maar meer ruimte vereisen, simpelweg niet passen in het ontwerp. Koeling met zogeheten natte torens is, aldus het bedrijf, “de enige haalbare optie” bij een gebouw van deze hoogte en dichtheid.

De conceptvergunning werd op 7 juli gepubliceerd door de provincie Noord-Holland. Daarin valt op dat de Water Usage Effectiveness (WUE) van het datacenter uitkomt op 1,690 — een maatstaf waarbij een lagere score beter is. In 2021 beloofde de datacenterbranche aan toenmalig Europees Commissaris Frans Timmermans dat zij in gebieden met matige waterschaarste, waaronder Amsterdam, vanaf 2025 geen nieuwe datacenters meer zouden bouwen met een WUE boven de 1,0. In Brussel wordt inmiddels gesproken over het opnemen van dergelijke normen in Europese wetgeving. Het geplande Equinix-datacenter zit daar ruim anderhalf keer bovenuit.

De duurzaamheidsadviseur van de provinciale omgevingsdienst stelde hierover aanvullende vragen aan Equinix. Het antwoord van het bedrijf luidde dat er voor de WUE geen wettelijk kader bestaat, en dat het de ambitie heeft zo min mogelijk drinkwater te gebruiken. Waternet liet weten dat in de overeenkomst met Equinix een “inspanningsverplichting” op het gebied van waterbesparing is opgenomen, maar benadrukte tevens dat het als uitvoeringsorganisatie geen rol speelt in de vergunningsverlening.

Datacenterexpert Peter Vermeulen reageerde verbaasd toen hij de WUE-score hoorde. Volgens hem is de hoge score een directe consequentie van de ontwerpkeuze om zo veel rekencapaciteit op zo weinig grondoppervlak te concentreren. “Als je heel geconcentreerd bouwt en daar heel veel elektriciteit gaat verbruiken, wordt de warmteafvoer een uitdaging”, zei hij. Consultant Hendrik Rood van adviesbureau Stratix voegde daaraan toe dat provincies en gemeenten in Nederland niet bevoegd zijn om schaarste van stroom of water als weigeringsgrond te hanteren bij vergunningaanvragen — een lacune in de regelgeving die de discussie bemoeilijkt.

Equinix-directeur Benelux Michiel Eielts erkent dat zijn bouwplannen niet de meest waterefficiënte technologie bevatten, maar wijst op de randvoorwaarden die hem zijn opgelegd. Het Amsterdamse vestigingsbeleid schrijft voor dat datacentergebouwen “alleen intensief gestapeld uitgevoerd mogen worden”, wat weinig dakoppervlak oplevert en luchtkoeling praktisch onmogelijk maakt. Eielts vergelijkt de situatie met het bouwen van een fabriek op een te klein perceel: je móet de hoogte in, en dan volgen de consequenties vanzelf. Hij wijst er ook op dat de locatie vanwege de dichte vezel-infrastructuur rond Amsterdam uniek is — je kunt een dergelijk datacenter niet zomaar naar een ruimer buitengebied verplaatsen.

Eielts geeft toe dat het besef van drinkwaterschaarste pas de laatste jaren echt op de agenda staat. Toen de vergunningsprocedure vier à vijf jaar geleden van start ging, speelde het nauwelijks een rol. Hij zou zijn datacenter het liefst koelen met hergebruikt afvalwater van andere bedrijven, maar dat systeem bestaat niet in Amsterdam-Zuidoost. Intussen heeft Equinix wel al een vergunning verkregen voor een warmte-koudeopslag in de bodem, afgegeven op 14 november 2024, waarmee het drinkwaterverbruik gedeeltelijk kan worden verminderd. Vermeulen bevestigt dat dit systeem helpt, maar benadrukt dat het het probleem niet volledig oplost. Hoe de twee vergunningen zich tot elkaar verhouden en of beide systemen uiteindelijk samen worden ingezet, blijkt niet eenduidig uit de beschikbare documenten.

Ondertussen groeide het lokale verzet. Dylan Bakker, activist en voormalig fractievertegenwoordiger van BIJ1 in de gemeenteraad, mobiliseerde in minder dan een week honderden buurtbewoners om zienswijzen in te sturen bij de provincie. Hij liep langs de hekken van het bouwperceel, praatte met omwonenden en wees op de druk die het datacenter legt op de drinkwatervoorziening van een stad die al fors moet investeren in extra zuiveringscapaciteit. “Dit is onze stad”, zei hij. “Als wij met zijn allen geen datacenters willen, zouden die er niet moeten komen.”

De gemeente Amsterdam zit zelf in een lastige positie. Eind 2023 kondigde zij een moratorium aan op nieuwe datacenters, maar zes bouwplannen die al jaren in procedure waren — waaronder dat van Equinix — vielen daar buiten. Een woordvoerder van wethouder Alexander Scholtes (D66) legde uit dat de overheid een betrouwbare partij moet zijn en bestaande afspraken niet zomaar kan terugdraaien zonder grote planschade. In juni, vlak voor de zomervakantie, organiseerde burgemeester Femke Halsema een bijeenkomst in haar ambtswoning, waarbij twee wethouders datacenterbedrijven — waaronder Equinix — aanspraken op hun maatschappelijke bijdrage aan de stad. Het resultaat: aanvullende afspraken over een publieke plint bij het nieuwe gebouw, met ruimte voor sport en ateliers voor startende kunstenaars.

Bakker noemt dat “drogredenen”. Oud-Equinix-directeur Rick Pijpers, nu initiatiefnemer van de Nederlandse Soevereine Datacenter Coöperatie, is genuanceerder maar niet minder kritisch: “Voor de businesscase is het gunstig om op deze manier te koelen. Maar we hoeven maar naar buiten te kijken en we zien dat we een waterprobleem hebben. Dat kan eigenlijk gewoon niet.” De vergunningsprocedure loopt door, het perceel ligt er nog braak bij, en de discussie over wie er uiteindelijk bepaalt hoe schaarse hulpbronnen in een groeiende stad worden verdeeld, is voorlopig nog niet beslecht.