Het begint met een getal dat lang onvoorstelbaar leek: het rendement op Japanse staatsobligaties met een looptijd van tien jaar is gestegen tot boven de drie procent, een niveau dat Japan niet meer heeft gezien sinds 1996. Voor wie de afgelopen decennia de Japanse obligatiemarkt volgde — jarenlang gekenmerkt door nulrentes en soms zelfs negatieve rendementen — is dit een markante omslag. Maar de werkelijke betekenis van deze stijging reikt veel verder dan de Japanse binnenlandse markt.
Japan is niet zomaar een land met een groot obligatievolume. Het is de grootste houder van Amerikaans schatkistpapier ter wereld en bezit in totaal ongeveer 2,4 biljoen dollar aan buitenlandse schuld. Decennialang waren Japanse beleggers — pensioenfondsen, verzekeraars, grote institutionele partijen — min of meer gedwongen hun geld in het buitenland te beleggen, simpelweg omdat de rente thuis zo laag was dat het nauwelijks de moeite loonde. Die logica begint nu te kantelen.
Ter vergelijking: het rendement op tienjarige Amerikaanse staatsobligaties bedraagt momenteel 4,8 procent en dat van Frankrijk 4,2 procent. Japan zit daar met zijn drie procent nog altijd onder, maar het verschil is aanzienlijk kleiner geworden. Bovendien spelen de kosten voor valuta-afdekking een cruciale rol: wie als Japanse belegger in dollar- of euro-obligaties stapt, moet dat wisselkoersrisico afdekken, en die kosten zijn de afgelopen jaren fors opgelopen. Wanneer je die kosten van het buitenlandse rendement aftrekt, wordt het verschil met Japanse obligaties opeens een stuk kleiner — of verdwijnt het helemaal.
De cijfers laten zien dat de terugtocht al is begonnen, al verloopt die vooralsnog geruisloos. Tot 22 augustus hadden Japanse beleggers netto voor omgerekend 18,7 miljard dollar aan buitenlandse schuld verkocht — een uitstroom die, met 3.000 miljard yen, de grootste is sinds 2022. Van een paniekverkoop is geen sprake, maar de richting is duidelijk. Michael Weidner van Lazard Asset Management omschreef het tegenover Reuters kernachtig: Japanse beleggers hebben waarschijnlijk vijfentwintig jaar lang te weinig belegd in yen-effecten. Nu dat aantrekkelijker wordt, volgt een correctie.
Die correctie tekent zich ook af in de intenties van pensioenfondsen. Een enquête van JPMorgan Asset Management onder 82 Japanse pensioenfondsen toont aan dat de bereidheid om meer te beleggen in binnenlandse obligaties op het hoogste niveau staat sinds het onderzoek in 2008 van start ging. Marktprofessionals in Sydney, Londen en Singapore signaleren dezelfde beweging: Japans kapitaal dat langzaam maar zeker de weg terug naar huis vindt.
De sleutelwoorden hier zijn langzaam maar zeker. Niemand verwacht een abrupte omwenteling waarbij Japan zijn Amerikaanse schatkistpapier massaal dumpt en wereldwijde renteschokken veroorzaakt. De institutionele structuur van Japanse beleggers — met hun lange beleggingshorizonten, hun risicomijdende cultuur en hun contractuele verplichtingen — maakt een plotselinge exodus onwaarschijnlijk. Maar de omvang van het betrokken kapitaal is zo groot dat zelfs een geleidelijke, aanhoudende verschuiving merkbare gevolgen kan hebben voor de rente op Amerikaanse en Europese staatsobligaties. Het zijn de trage stromen die de bedding uithollen.
Dat is precies waarom financiële markten wereldwijd de Japanse economie nauwlettend in de gaten houden. Niet uit angst voor een acute crisis, maar omdat de richting van het Japanse rentebeleid — en de reactie van Japanse beleggers daarop — een van de meest onderschatte variabelen is in het mondiale financiële systeem. Japan heeft decennialang als stille financier van westerse overheidstekorten gefunctioneerd. Als die rol geleidelijk verandert, zal dat zijn sporen nalaten.

