Seksisme in de Tweede Kamer: wat vrouwelijke politici dagelijks meemaken

Het tegeltje op het bureau van VVD-Kamerlid Queeny Rajkowski zegt genoeg: “Bedankt, man”. Een cadeau van haar medewerkers, als knipoog naar het fenomeen dat haar zo vertrouwd is geworden. Mannelijke experts die haar iets kwamen uitleggen over haar eigen portefeuille — digitalisering — en haar daarmee onbedoeld lieten weten dat ze haar kennis niet serieus namen. “Dan dacht ik in eerste instantie: oh, fijn! Dan kwam iemand zijn verhaal doen en dacht ik: sorry, maar als je denkt dat ik dát nog niet weet!”

Het debat over seksisme in de Nederlandse politiek laaide opnieuw op nadat senator Gaby Perin-Gopie (Volt) afgelopen maand in NRC openhartig sprak over haar ervaringen in de Eerste Kamer. Ze wordt “heel vaak” onderbroken door mannelijke collega’s en is gestopt met jurken dragen, mede omdat een collega haar stelselmatig van top tot teen opnam. Een andere senator greep tijdens een kennismakingsdag ongevraagd naar haar borst, zogenaamd om haar naambordje recht te zetten. De Eerste Kamer heeft inmiddels een gedragscode ongewenste omgangsvormen aangenomen. In de Tweede Kamer wil een meerderheid de bestaande gedragscode — die zich nu hoofdzakelijk richt op integriteit — eveneens aanscherpen.

Dat vorig jaar een recordaantal van 65 vrouwen werd geïnstalleerd als Tweede Kamerlid, goed voor 43,3 procent van de zetels, heeft seksisme niet uit het parlement doen verdwijnen. Het manifesteert zich op uiteenlopende manieren: soms openlijk, vaker subtiel, en niet zelden van buiten de Kamer zelf.

Rajkowski koos bewust voor een andere strategie dan Perin-Gopie. Ze draagt in de Kamer wél jurken en lakt haar nagels opzettelijk in felle kleuren — vandaag felroze, zichtbaar via de videoverbinding. Twaalf jaar geleden, als raadslid in Utrecht, kreeg ze van mannelijke collega’s het advies om geen jurken te dragen. Ze legde dat advies naast zich neer. “Ik vond dat zij hiermee maar moesten leren omgaan. Alleen zo kan er iets veranderen.” Ze benadrukt dat haar keuze geen oordeel is over die van Perin-Gopie. “Ik heb gelezen wat haar is overkomen en dat is echt niet oké.”

CDA-Kamerlid Inge van Dijk kent soortgelijke ervaringen, al ervaart ze de opmerkingen binnen de Kamer als beperkt. Eens kreeg ze van een collega te horen: “Nou, Inge, volgens mij ben je wat afgevallen, ziet er goed uit.” Ze haalt er haar schouders over op. Harder is het commentaar van buiten. Tijdens een debat waarbij ze lang aan het woord was en even haar handen in haar zakken stak, stroomden daarna de mails binnen. Kijkers thuis schreven dat ze “totaal niet vrouwelijk” was en op een bouwvakker leek. Ze lacht erom, maar even later geeft ze toe dat zulke opmerkingen haar toch “een tikje” onzeker maken — ook als het gaat over haar blonde krullen, die online soms “rommelig” worden genoemd.

Rajkowski heeft vergelijkbare ervaringen. Ze wordt vaker met haar voornaam aangesproken dan mannelijke collega’s, en na een pittig debat zei een mannelijke collega: “Je hebt geluk dat jij een vrouw bent, want ze hebben jou minder hard aangepakt.” Haar antwoord was droog: “Ja, of ik was gewoon beter.” Ze had zich vroeg voorgenomen om seksistische opmerkingen altijd te corrigeren. De eerste keer was dat spannend, de tweede keer ook, maar daarna raakte ze eraan gewend.

SP-Kamerlid Sandra Beckerman herkent de subtielere vormen: mannen die bij de interruptiemicrofoon voordringen alsof hun punt te urgent is om te wachten. “Ik denk niet eens dat ze het heel bewust doen,” zegt ze. Maar wat haar werkelijk bezighoudt, is grover van aard. In 2024 bleek uit onderzoek van het AD dat er deepfake-pornofilmpjes circuleerden van haar en andere vrouwelijke Kamerleden. Die beelden staan er nog steeds. “Het eerste advies dat we kregen was om er stil over te blijven, zodat het OM beter zijn werk kon doen. Maar ik heb vanochtend nog op mijn naam gegoogeld en mijn filmpjes staan nog steeds op zeker vier websites.”

BBB-Kamerlid Femke Wiersma “zal niet ontkennen” dat seksisme bestaat in Den Haag. Online wordt ze regelmatig als dom weggezet omdat ze jurken draagt en op hoge hakken loopt — hakken die ook bij werkbezoeken aan stallen fotografen aantrekt, terwijl de glimmende stadspakschoenen van haar mannelijke collega’s onopgemerkt blijven. “Geloof me: voor boeren is dát schoeisel in een stal net zo ongebruikelijk als mijn hakken.” Ze past zich niet aan. Twee zwarte pumps met glitters steken onder haar bureau uit. “Dit is het en deal ermee.”

Tegelijkertijd nuanceert Wiersma het bredere verhaal. Ze vindt het problematisch wanneer individuele ervaringen worden gebruikt om te concluderen dat het systeem als geheel vrouwen ondermijnt. Ze ziet ook dat competente vrouwen topfuncties laten schieten uit overdreven zelfkritiek. “Is het dan seksisme als er vervolgens een man op die plek terechtkomt? Ik denk dat daar bij vrouwen zelf nog een stukje emancipatie zit.” Maar ze erkent tegelijkertijd dat vrouwen anders worden beoordeeld dan mannen. Als minister van Landbouw in het kabinet-Schoof werd ze al snel bestempeld als koppig. “Terwijl mannen met dezelfde eigenschap eerder als standvastig of doortastend worden gezien.” Haar conclusie is niet dat het systeem faalt, maar dat vrouwen daarboven moeten blijven staan en door moeten gaan.

Ze wijst op de cijfers rondom online haat. Uit onderzoek van De Groene Amsterdammer uit 2021 bleek dat 10 procent van alle berichten gericht aan vrouwelijke politici op X haatdragend was. Bij oud-D66-leider Sigrid Kaag liep dat op tot 22 procent — een getal dat illustreert hoe disproportioneel de druk op vrouwen in topposities kan zijn.

Rajkowski stuit ook op een institutioneel probleem: de regels rond zwangerschapsverlof. Toen ze na de Kamerverkiezingen van 2023 beëdigd moest worden, was ze hoogzwanger — de bevalling kon elk moment plaatsvinden. De wet verplicht een Kamerlid om fysiek aanwezig te zijn bij de installatie; wie dat niet doet, verliest zijn zetel. Ze verscheen dus toch, met de vluchtkoffer in de auto en haar man als uitzondering toegelaten achterin de zaal. Wie vervolgens met zwangerschapsverlof gaat, moet formeel ontslag nemen als Kamerlid om daarna terug te keren — een constructie die ze enerzijds als discriminatoir ervaart, maar waarvoor ze anderzijds moeilijk een oplossing ziet binnen de grondwettelijke grens van 150 Kamerleden. Ze pleit wel voor meer flexibiliteit, bijvoorbeeld door digitale aanwezigheid bij de installatie toe te staan, al beseft ze dat ook dat niet alles oplost.

Wat uit al deze gesprekken naar voren komt, is dat seksisme in de Tweede Kamer geen monolithisch probleem is. Het zit in de mansplaining, in de opmerkingen over kleding en gewicht, in de deepfakes, in de ongelijke beeldvorming en in verouderde regels die de biologische realiteit van vrouwen negeren. Sommige Kamerleden kiezen voor aanpassing, anderen voor confrontatie, weer anderen voor stoïcisme. Maar dat de kwestie speelt — ook in een parlement dat historisch gezien nooit zoveel vrouwen telde — staat buiten kijf.