Een stap dichter bij verplichte militaire dienst
Nederland beweegt zich voorzichtig maar doelbewust richting een gedeeltelijke herinvoering van de militaire dienstplicht. Staatssecretaris Gijs Boswijk van Defensie informeerde de Tweede Kamer over de verdere uitwerking van een zogenoemde selectieve opkomstplicht: een systeem waarbij dienstplichtigen stapsgewijs kunnen worden opgeroepen wanneer het vrijwillige personeelsbestand tekortschiet. De centrale gedachte is helder — als de internationale veiligheid verder verslechtert of de NAVO extra taken van Nederland vraagt, moet de overheid snel kunnen opschalen.
De stelling die Boswijk verdedigt, is even pragmatisch als politiek gevoelig: een professioneel leger aangevuld met reservisten blijft het uitgangspunt, maar de staat moet een juridisch en organisatorisch kader hebben klaarstaan voor het geval vrijwilligheid onvoldoende oplevert. Dat kader ontbreekt nu grotendeels, en daar werkt Defensie aan.
Een gefaseerd systeem met toenemende verplichting
Het plan van Boswijk verdeelt de opkomstplicht in vijf opeenvolgende fasen, waarbij elke stap dwingender wordt naarmate de urgentie toeneemt. Momenteel ontvangen zeventienjarigen al een vrijwillige enquête van Defensie over hun geschiktheid. Aan die vrijwillige basis worden vier verplichtende stappen toegevoegd.
De dienstplicht zelf bestaat in Nederland formeel nog steeds — voor iedereen tussen de 17 en 45 jaar — maar de opkomstplicht is sinds 1997 opgeschort. De nieuwe plannen vereisen dan ook nieuwe wetgeving voordat dienstplichtigen daadwerkelijk kunnen worden opgeroepen.
Flexibiliteit en persoonlijke ruimte
Boswijk wil de dienstplicht minder rigide vormgeven dan in het verleden. Jongeren zouden niet meer verplicht zijn hun dienstplicht direct vanaf hun achttiende te vervullen, maar kunnen dit zelf plannen tussen hun achttiende en zevenentwintigste levensjaar. Die dienstplichtigen volgen een Nationale Weerbaarheidstraining van zes maanden, waarbij aandacht is voor persoonlijke voorkeuren, vaardigheden en opleidingswensen.
De nieuwe wetgeving zal ook regels bevatten voor uitzonderingen, vrijstellingen en gewetensbezwaarden. Tegelijkertijd werkt Defensie nog aan de vraag hoe om te gaan met mensen die een oproep naast zich neerleggen. Boswijk spreekt van “positieve prikkels, sancties, eventuele tegemoetkomingen en rechtsbescherming” — een diplomatieke formulering voor wat in de praktijk ook boetes of andere straffen kan inhouden.
Politiek draagvlak en maatschappelijke discussie
Het onderwerp ligt politiek gevoelig, iets wat Boswijk zelf erkent in zijn voortgangsbrief aan de Kamer. Eerder dit jaar, in maart, voerde hij al een debat over de selectieve opkomstplicht waarbij partijen als Pro en de SP bezwaren uitten. Toch houdt het kabinet vast aan de koers, omdat het de maatregel noodzakelijk acht gezien de huidige veiligheidssituatie in Europa.
Het wetgevingstraject en de bijbehorende organisatie zullen naar verwachting jaren in beslag nemen. In de tussentijd zet Defensie in op het werven van vrijwilligers via aantrekkelijkere opleidingstrajecten. Boswijk kondigt aan de komende periode actief het gesprek te zoeken met jongeren en de bredere samenleving. Eind september debatteert de Tweede Kamer opnieuw over het dossier.
De kern van het vraagstuk is uiteindelijk niet technisch maar politiek: hoeveel verplichting is een democratische samenleving bereid te accepteren in ruil voor collectieve veiligheid? Nederland lijkt dat antwoord stap voor stap te formuleren.

