Het kabinet wil dat energiebedrijven zelf verantwoordelijk worden voor het vullen van de seizoensopslagen voor gas, en niet langer de overheid. Dat schrijft het kabinet in een brief aan de Tweede Kamer. De overheid zou zich voortaan moeten beperken tot een strategische noodreserve voor extreme situaties. De huidige constructie kost de Nederlandse belastingbetaler en consument jaarlijks bijna een miljard euro.
Op dit moment vult het overheidsbedrijf Energie Beheer Nederland (EBN) in opdracht van het kabinet de gasopslagen in Norg en Grijpskerk. Dat gebeurt met verlies, omdat de gasprijs momenteel hoger ligt dan de verwachte prijs komende winter — mede als gevolg van spanningen rondom de Perzische Golf. Voor commerciële partijen is het daardoor financieel onaantrekkelijk om zelf gas op te slaan. EBN ontving hiervoor bijna een miljard euro aan subsidie, kosten die uiteindelijk worden doorberekend aan de gebruikers van het gasnet.
Van exporteur naar importeur
De gasopslagen stammen uit een tijdperk waarin Nederland een grote exporteur van Gronings gas was. Samen met Noorwegen en Rusland voorzag Nederland via pijpleidingen een groot deel van Europa van energie. In die context was gas goedkoop in de zomer en duur in de winter, wat seizoensopslag economisch zinvol maakte.
Die wereld bestaat niet meer. Het grootste deel van het gas wordt tegenwoordig als vloeibaar aardgas (lng) aangevoerd met tankers uit de Verenigde Staten en andere werelddelen. De wereldmarkt heeft de traditionele seizoensdynamiek in de gasprijs ingrijpend veranderd, waardoor de economische logica achter grootschalige seizoensopslag is weggevallen.
Daar komt bij dat Nederland als EU-lidstaat het opgeslagen gas niet voor zichzelf mag houden. Een deel van de voorraden in Nederlandse opslagen vloeit ook naar andere Europese landen, terwijl de rekening uitsluitend bij de Nederlandse consument terechtkomt.
Europese regels knellen
Nederland beschikt vanwege zijn verleden als producent over relatief grote opslagcapaciteit. De Europese vulgraadverplichtingen zijn gebaseerd op een percentage van de totale nationale opslagcapaciteit, waardoor Nederland verplicht is verhoudingsgewijs meer gas op te slaan dan landen met kleinere faciliteiten. Pogingen om andere EU-landen financieel te laten meebetalen liepen op niets uit.
Het kabinet wil dat Brussel de vulgraadverplichtingen voortaan koppelt aan de feitelijke gasvraag per land in de winter, in plaats van aan de opslagcapaciteit. Tegelijk wil het kabinet dat grote energiebedrijven als Essent, Eneco en Vattenfall — samen met nog 47 kleinere leveranciers — verplicht worden een deel van hun gasvolume fysiek op voorraad te houden. Het ministerie van Klimaat en Groene Groei wijst daarvoor op het Oostenrijkse model, waar een vergelijkbare verplichting al bestaat.
De eerder gehanteerde vulgraad van 80 procent is inmiddels teruggebracht naar 64 procent. Als het aan het kabinet ligt, verdwijnen de Europees opgelegde seizoensvulgraden uiteindelijk volledig. Over de omvang van een eventuele strategische noodreserve — uitsluitend bedoeld voor fysieke tekorten, niet als instrument om hoge gasprijzen te dempen — moet nog worden onderhandeld met de EU en de Tweede Kamer.
Onzekerheid over noodscenario’s
Hoe groot de strategische reserve moet zijn, is nog niet bepaald. Hoe meer zekerheid politiek gewenst is, hoe hoger de kosten. Nederland houdt al een oliereserve aan voor drie maanden; een gasnoodvoorraad die groot genoeg is om een strenge winter zonder aanvoer te overbruggen, zou vele miljarden euro’s vergen.
De meningen over de noodzaak van seizoensopslag lopen uiteen. Gasunie pleit voor hoge vulgraden en een substantiële overheidsreserve. Het voormalige opslagbedrijf Gasterra stelt juist dat grootschalige opslag niet meer van deze tijd is: bij een koude winter zou het goedkoper zijn om extra lng-tankers naar Rotterdam of de Eemshaven te halen.
Een werkelijk kritiek scenario doet zich volgens deskundigen pas voor als de gastoevoer plotseling wegvalt — bijvoorbeeld doordat Rusland een pijpleiding naar Noorwegen saboteert, of doordat de Amerikaanse president besluit geen lng meer naar Europa te exporteren. In dat geval zou vrijwel elke vorm van opslag op termijn onvoldoende zijn om aan de vraag te voldoen. De optie om het Groningenveld als ultieme noodoplossing beschikbaar te houden, heeft het kabinet inmiddels definitief van tafel geveegd.

