Een groeiende censuurcrisis
Op openbare scholen in de Verenigde Staten zijn dit schooljaar bijna 12.000 boeken verboden. Dat blijkt uit onderzoek van PEN America, een organisatie die zich inzet voor vrijheid van meningsuiting en literatuur. Het is het hoogste aantal dat de organisatie heeft geregistreerd sinds zij in 2021 begon met het systematisch bijhouden van boekverboden — een stijging van circa 6.000 ten opzichte van het voorgaande schooljaar. PEN maakte de cijfers bekend aan het begin van de jaarlijkse Banned Books Week, de Amerikaanse bewustwordingsweek rond gecensureerde literatuur.
De kern van het probleem ligt in wetgeving op staatsniveau. In verschillende Amerikaanse staten gelden strenge regels over wat er in de klas gezegd en onderwezen mag worden. Boeken die thema’s behandelen als ras, gender of lhbti-identiteit worden in toenemende mate geweerd uit schoolbibliotheken, vaak onder druk van lokale politici of oudergroepen. PEN spreekt openlijk van een crisis die almaar groter wordt en die de toegang van leerlingen tot literatuur structureel ondermijnt.
Kunstmatige intelligentie als nieuw instrument
Een opvallende ontwikkeling dit jaar is het gebruik van AI-chatbots door schooldistricten bij het beoordelen van boeken. In plaats van de inhoud van een werk zelfstandig te analyseren, baseren deze systemen hun oordeel grotendeels op welke titels elders al zijn verboden. PEN spreekt van een cirkelredenering: boeken worden geweerd niet omdat hun inhoud als problematisch wordt beoordeeld, maar omdat ze al op andere verbodenslijsten staan. Dit mechanisme leidt volgens de organisatie tot een sneeuwbaleffect van censuur, waarbij het verbod op een boek zijn eigen verspreiding versnelt zonder dat er nog sprake is van inhoudelijke toetsing.
De inzet van AI voegt daarmee een nieuwe dimensie toe aan een al complexe discussie. Waar boekverboden vroeger het resultaat waren van een bewuste, zij het omstreden, politieke of pedagogische afweging, dreigt dat oordeel nu te worden uitbesteed aan algoritmen die geen context begrijpen en geen verantwoording afleggen. Dat maakt de vraag naar politieke verantwoordelijkheid des te urgenter.
Texas en Florida als brandpunten
De meeste verboden zijn van kracht in Texas en Florida, twee staten waar de Republikeinse Partij een stevige meerderheid heeft. Scholen in deze staten worden actief onder druk gezet om de toegang tot bepaalde boeken te beperken of volledig te blokkeren. PEN stelt dat beide staten zijn uitgegroeid tot voorbeelden van geïnstitutionaliseerde censuur in het onderwijs, een kwalificatie die de ernst van de situatie onderstreept zonder dat er sprake is van overdrijving.
De lijst van meest verboden titels bevat bekende en literair gerespecteerde werken. The Handmaid’s Tale van Margaret Atwood, The Kite Runner van Khaled Hosseini en Looking for Alaska van John Green behoren tot de boeken die het afgelopen jaar het vaakst werden geweerd. Ook Het Achterhuis van Anne Frank staat al jaren op de lijst, vanwege passages die als seksueel van aard worden beschouwd. Stephen King spant de kroon als meest gecensureerde auteur: in totaal werden 312 verboden op zijn naam geregistreerd.
Young Adult-literatuur en manga in het vizier
Net als in voorgaande jaren valt het zwaartepunt van de verboden op Young Adult-literatuur: fictie gericht op kinderen en jongeren. Daarnaast worden steeds meer graphic novels en Japanse manga-stripboeken uit schoolbibliotheken verwijderd. PEN wijst erop dat afbeeldingen in dit soort werken gemakkelijk uit hun verband worden gerukt, waardoor ze sneller als aanstootgevend worden beoordeeld dan vergelijkbare tekst. Kenmerkend is bovendien dat wanneer één titel van een tekenaar of mangaka wordt verboden, doorgaans de gehele reeks van diezelfde maker van de planken verdwijnt — een aanpak die de reikwijdte van de censuur aanzienlijk vergroot.
Wat staat er op het spel
PEN America formuleert de inzet helder: boekverboden beperken de vrijheid om te lezen en ontnemen leerlingen de toegang tot uiteenlopende meningen, stemmen en perspectieven waar zij recht op hebben. Dat is geen activistische retoriek, maar een feitelijke beschrijving van wat er gebeurt wanneer een overheid bepaalt welke ideeën kinderen mogen tegenkomen. De vraag is niet of scholen een pedagogische verantwoordelijkheid dragen — die dragen ze onmiskenbaar — maar of het systematisch weren van boeken op basis van thema of politieke druk een verantwoord antwoord is op die verantwoordelijkheid. De cijfers suggereren dat steeds meer schooldistricten voor die aanpak kiezen, en dat de trend vooralsnog geen tekenen van kentering vertoont.

