Frankrijk smeult. Terwijl scholieren de afgelopen weken bij tienduizenden de straat op gingen, kondigen de gele hesjes voor aankomende zaterdag nieuwe protesten aan. Twee bewegingen, één land, één diepe onvrede.
De gele hesjes verdwenen nooit echt. Ze doken onder, maar de frustratie die hen in 2018 de rotonde op dreef — stijgende kosten, het gevoel genegeerd te worden door Parijs, een politieke klasse die ver van de werkelijkheid lijkt te staan — is nooit weggeëbd. Nu sluiten ze zich aan bij een nieuwe golf van protest, ditmaal gestart door middelbare scholieren die de straat op gaan tegen maatregelen die hen rechtstreeks raken.
Wat beide bewegingen verbindt, is niet zozeer een concreet politiek programma als wel een gevoel: dat het systeem niet werkt voor gewone mensen. Dat gevoel is in Frankrijk diepgeworteld en historisch verklaarbaar. De centralisatie van de macht in Parijs, de kloof tussen de grote steden en de rest van het land, en een economie die voor velen stilstaat terwijl de kosten van levensonderhoud blijven stijgen — het zijn structurele spanningen die al decennia opbouwen.
Peter Vermaas, voormalig correspondent in Parijs, plaatst de huidige onrust in een bredere context. Volgens hem zijn de protesten geen toevallige samenloop van omstandigheden, maar een symptoom van een politiek systeem dat zijn legitimiteit bij grote delen van de bevolking verliest. De vraag is niet óf dit gevolgen heeft voor de volgende presidentsverkiezingen, maar hoe groot die gevolgen zullen zijn.
Marine Le Pen profiteert al jaren van precies dit soort momenten. Telkens wanneer de straat in opstand komt tegen het establishment, wint zij aan geloofwaardigheid bij kiezers die het gevoel hebben dat de traditionele partijen hen in de steek laten. De gele hesjes leverden haar in 2019 geen directe electorale winst op, maar ze versterkten wel het narratief dat zij met succes uitdraagt: dat de politieke elite regeert voor zichzelf, niet voor het volk.
De scholierenprotesten voegen daar een nieuwe dimensie aan toe. Jongeren die nu demonstreren, stemmen over enkele jaren voor het eerst. Hun politieke vorming vindt plaats in een klimaat van wantrouwen en mobilisatie. Hoe die generatie zich uiteindelijk tot de democratie verhoudt, zal mede bepalen hoe het Franse politieke landschap er na de volgende verkiezingen uitziet.
Frankrijk heeft een lange traditie van protest als politiek instrument. De straat is er geen randverschijnsel, maar een erkend onderdeel van het democratisch debat. Toch is er iets veranderd. De protesten van nu voelen minder als een beroep op de macht en meer als een afwijzing ervan. Dat is een subtiel maar wezenlijk verschil.
Of de regering dit keer luistert, of opnieuw wacht tot de storm overwaait, zal bepalen of de onvrede verder escaleert of langzaam afneemt. De geschiedenis leert dat negeren zelden werkt. In Frankrijk al helemaal niet.

