Het aantal kindvrije campings in Europa is de afgelopen vijf jaar met meer dan veertig procent gestegen. Dat blijkt uit cijfers van campingplatform ACSI. In absolute aantallen gaat het om negentig locaties op een totaal van tienduizend geïnspecteerde campings, maar de trend is duidelijk. Nederland staat met 23 locaties op de tweede plek, na het Verenigd Koninkrijk met veertig. De opkomst van dit concept vertelt iets over een bredere verschuiving: vakantiegangers kiezen steeds bewuster voor een omgeving die aansluit bij hun behoefte aan rust en gelijkgestemde gezelschap.
De these is eenvoudig: de kindvrije camping is geen uitdrukking van antipathie jegens kinderen, maar van een groeiende vraag naar een specifiek type ontspanning — een die moeilijk te vinden is op de doorsnee familiecamping.
Camping De Vijver in het Zeeuwse Oostkapelle illustreert dat goed. Vijftien plaatsen, een boomgaard vol appel- en perenbomen, schapen in de wei. Voor dit seizoen is de camping al bijna volledig volgeboekt. De gasten die er hun tent opzetten, zijn zelden mensen zonder kinderen — velen hebben zelf kinderen of kleinkinderen. Sylvia Haverman (55) en haar partner Jenny (53) komen er al zeven jaar. Ze hebben allebei kinderen, maar zoeken in hun vakantie bewust de stilte op. „We vinden het soms gewoon even lekker zonder kinderen”, zegt Jenny nuchter.
Goof Lukken, docent toerisme aan Breda University of Applied Sciences, plaatst de trend in een economische context. Kleinere campings hebben steeds meer concurrentie van grootschalige locaties met uitgebreide voorzieningen. Om te overleven, moeten ze zich onderscheiden. „Een manier is je richten op de lifestylevakantie”, zegt Lukken. „Dan breng je gelijkgestemde mensen samen die behoefte hebben om in een bepaalde bubbel te zitten.” De kindvrije camping is in dat licht geen niche-gril, maar een rationele positioneringsstrategie.
De motieven van de gasten zijn concreet en herkenbaar. Neeltje Verbeek (46) uit Deventer omschrijft zichzelf als een onrustige slaper. „Ik vind het echt ingewikkeld als ik ’s ochtends kinderen hoor.” Deborah Timmermans (47) uit Brabant kampeerde vorig jaar nog op een gewone camping, maar werd er samen met haar hond Toby regelmatig wakker van het vroege ochtendlawaai. Bert en Ineke Borger uit Raalte, doorgewinterde kampeerders, waarderen vooral de avonden. „Er zijn ouders die hun kinderen tegelijkertijd met henzelf naar bed laten gaan”, zegt Bert. „Dus dat krijst en schreeuwt de hele avond door als je pech hebt.”
Opvallend is dat de terminologie zelf nog niet is uitgekristalliseerd. ‘Kindvrij’ klinkt voor sommige gasten te negatief, alsof ze kinderen zouden mijden. ‘Adults only’ of ’18-plus’ roept dan weer associaties op met een heel ander soort camping. Die semantische onzekerheid onderstreept hoe nieuw het concept nog is in de Nederlandse campingcultuur.
Hans Dieleman (72) en Wim Pleijte (66), de eigenaren van De Vijver, zien gasten regelmatig „helemaal verkrampt” arriveren en gaandeweg de vakantie ontspannen. Hun verklaring voor het succes is pragmatisch: „Mensen hebben het heel druk. Ook grootouders die tegenwoordig soms drie dagen per week op hun kleinkinderen passen.” De kindvrije camping biedt hen niet zozeer een vlucht uit de realiteit, maar een tijdelijke adempauze daarbinnen.
Dat is precies de implicatie die de cijfers bevestigen. Naarmate de druk op het dagelijks leven toeneemt, groeit de behoefte aan vakantievormen die rust niet overlaten aan het toeval. De kindvrije camping is daarin geen provocatie, maar een logisch antwoord op een reële maatschappelijke vraag.

