Het klinkt alarmerend: tegenover elke 100 werkenden staan 56 mensen met een uitkering. Maar wie even doorvraagt, ziet een genuanceerder beeld.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek publiceerde deze week nieuwe cijfers over de verhouding tussen werkenden en uitkeringsontvangers in 2025. Van die 56 uitkeringsontvangers per 100 werkenden zijn er maar liefst 40 gepensioneerd. Slechts 16 ontvangen een sociale zekerheidsuitkering — een aandeel dat de afgelopen kwart eeuw schommelt tussen de vijftien en twintig per honderd werkenden, en de laatste jaren stabiel op zestien staat.
De verhouding is bovendien al vier jaar nagenoeg onveranderd. En historisch gezien valt ze mee: tussen 2013 en 2015 stonden er 63 uitkeringsontvangers tegenover elke 100 werkenden.
Wat verklaart de huidige cijfers?
De vergrijzing drukt steeds zwaarder op de economie. In 2025 ontvingen 3,4 miljoen mensen pensioen, tegenover 2,4 miljoen in 2002. Als aandeel van de bevolking steeg dat van 15,1 procent naar 18,6 procent. Toch valt de situatie in perspectief nog mee: momenteel zijn er 2,5 werkenden per gepensioneerde. Op termijn daalt dat naar verwachting naar slechts twee werkenden per gepensioneerde.
Dat de situatie niet sneller verslechtert, is grotendeels te danken aan de stijgende pensioenleeftijd. In 2006 was nog bijna 20 procent van de 55- tot 65-jarigen met pensioen; vorig jaar was dat nog maar 3 procent. Mensen werken langer door, wat de druk op het stelsel beperkt. Bovendien werkt een groter deel van de totale bevolking dan ooit: bijna de helft van alle Nederlanders — ongeacht leeftijd — had vorig jaar inkomsten uit betaald werk, het hoogste niveau in 25 jaar. De toegenomen arbeidsparticipatie van vrouwen speelt daarin een belangrijke rol.
Het CBS-cijfer laat zien dat Nederland zijn sociale zekerheid vooralsnog financieel draagbaar houdt, maar dat de structurele uitdaging van de vergrijzing niet verdwijnt. De komende decennia zal de verhouding tussen werkenden en gepensioneerden verder onder druk komen te staan — tenzij arbeidsparticipatie en pensioenleeftijd blijven meebewegen.

