Westnijlvirus in Nederland: vijf doden en 44 besmettingen – wat u moet weten

Een vijfde patiënt die besmet was met het westnijlvirus is overleden. Dat maakte het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) bekend. Of het virus direct de doodsoorzaak is, of dat een al kwetsbare gezondheid de doorslag gaf, is vooralsnog onduidelijk. Het totale aantal bevestigde besmettingen in Nederland is inmiddels opgelopen tot 44.

Hoe groot is de uitbraak precies?

In de afgelopen week ontving het RIVM zestien nieuwe meldingen van mensen bij wie het westnijlvirus werd aangetoond. Alle nieuwe patiënten raakten besmet via de beet van een geïnfecteerde mug — directe overdracht tussen mensen onderling is niet mogelijk, met uitzondering van bloedtransfusies en orgaantransplantaties. Naast de menselijke besmettingen zijn er ook 48 nieuwe gevallen bij paarden geregistreerd en 71 bij vogels, wat wijst op een brede verspreiding van het virus in de Nederlandse natuur.

Het RIVM benadrukt dat het werkelijke aantal besmette mensen waarschijnlijk aanzienlijk hoger ligt dan de officiële cijfers suggereren. Veel mensen die het virus oplopen, ontwikkelen weinig of geen klachten en worden nooit getest. De geregistreerde gevallen zijn dan ook grotendeels mensen die met ernstigere symptomen in het ziekenhuis belandden en daar werden gediagnosticeerd.

Waar in Nederland worden de meeste gevallen gemeld?

De provincie Zuid-Holland is duidelijk het zwaarst getroffen, met 23 van de 44 bevestigde besmettingen. Utrecht volgt op afstand met tien gevallen. Daarnaast zijn besmettingen vastgesteld in Noord-Holland en Noord-Brabant — elk vier gevallen — en in Gelderland met twee gevallen en Overijssel met één. De geografische spreiding laat zien dat het virus niet beperkt blijft tot één regio, maar zich door een groot deel van het land heeft verspreid.

Wat doet de bloedbank om risico’s te beperken?

Bij één van de besmette patiënten werd het virus niet via klachten ontdekt, maar tijdens wetenschappelijk onderzoek door bloedbank Sanquin Research. Die bevinding leidde tot een opmerkelijke beleidswijziging. Sanquin test inmiddels in negen provincies alle bloeddonaties op de aanwezigheid van het westnijlvirus. Die controle was eerder afgeschaft omdat het virus jarenlang niet meer in Nederland was aangetroffen — een beslissing die nu, gezien de heroplevende uitbraak, opnieuw tegen het licht wordt gehouden.

De terugkeer van het westnijlvirus na een lange afwezigheid roept vragen op over de rol van klimaatverandering en de verspreiding van muggensoorten die het virus kunnen overdragen. Het RIVM volgt de situatie op de voet en verwacht dat het aantal meldingen de komende weken verder kan oplopen, zolang het muggenseizoen aanhoudt.