Rebellerende katholieken in Utrecht: trouw aan Rome, maar buiten de kerk

Het is zaterdagochtend in de Sint-Willibrordkerk in hartje Utrecht. Pater Carlo de Beer staat met zijn rug naar de aanwezigen, zijn gezicht gericht op het altaar. Een handvol gelovigen — zo’n vijftien in totaal — heeft plaatsgenomen in de neogotische kerk. De mannen dragen overhemden, sommigen een hoed; de vrouwen hebben kanten sluiers over het haar. Buiten waait de gewone wereld voorbij. Hier binnen is het 1962.

Dit is de eerste mis die de Priesterbroederschap Sint Pius X in Nederland opdraagt na haar excommunicatie door het Vaticaan. Enkele dagen eerder wijdde de broederschap, zonder pauselijke toestemming, vier nieuwe bisschoppen in tijdens een ceremonie in het Zwitserse Écône. Rome reageerde onmiddellijk: de zes bisschoppen van de beweging zijn geëxcommuniceerd, net als de priesters. Gewone gelovigen lopen dat risico eveneens, aldus het Vaticaan.

Een schisma dat al decennia sluimert

De Priesterbroederschap Sint Pius X is geen recente afsplitsing. Ze werd in 1970 opgericht als directe reactie op het Tweede Vaticaans Concilie, de grote hervormingsoperatie waarmee de Rooms-Katholieke kerk zich in de jaren zestig aan de moderne tijd wilde aanpassen. Het concilie besloot dat de liturgie voortaan in de eigen taal mocht worden gecelebreerd, dat de priester het gezicht naar de gelovigen zou keren, en dat toenadering tot andere religies — het jodendom, de islam — wenselijk was.

Voor een deel van de traditionele katholieken ging dat te ver. In Zwitserland richtten zij de broederschap op, vastberaden om de oude ritus te bewaren. In 1988 wijdden ze voor het eerst bisschoppen in zonder pauselijke goedkeuring — ook toen al een breuk met Rome. Maar het bleef bij een sluimerend conflict. Onder paus Benedictus XVI werd de excommunicatie zelfs opgeheven en de oude Latijnse liturgie opnieuw toegestaan, als onderdeel van een voorzichtige verzoeningspoging.

Die verzoening ligt nu opnieuw in scherven.

Theologen en gelovigen zoeken duiding

Frank Bosman, theoloog aan Tilburg University, plaatst de nieuwe breuk in een bredere kerkpolitieke context. De lijmpoging die de afgelopen jaren plaatsvond, zal met de inwijding van de nieuwe bisschoppen tegen de wil van paus Leo opnieuw van nul moeten beginnen, zegt hij. “De terugkeer binnen de schoot van de moederkerk wordt nu wel weer erg moeilijk.”

Toch begrijpt Bosman waarom Rome de broederschap nooit definitief heeft willen afschrijven. “Je moet niet vergeten dat er onder conservatieve kringen binnen de kerk ook enige sympathie bestaat voor deze traditionalisten. Om die vleugel erbij te houden, is het zaak zo’n vocaal groepje er niet te hard uit te trappen — dat kan een averechts effect hebben.” Tegelijk relativeert hij de omvang van de beweging. In Nederland telt de broederschap naar schatting vijfhonderd tot zevenhonderd aanhangers, op ruim twee miljoen katholieken. Wereldwijd liggen de schattingen tussen de 200.000 en 600.000 leden. “Ze zijn vocaal, hebben een mediagenieke esthetiek met hun gewaden en gezangen, maar ze hebben in Nederland maar drie kerken. Het blijft een marginale beweging.”

De gelovigen die zaterdagochtend in Utrecht bijeenkomen, denken daar genuanceerder over. Georgios Vangelakakis (29) komt hier niet elke week, maar voelde zich ditmaal geroepen. “Door het nieuws heeft mijn geweten mij verteld dat ik toch even moest komen kijken — ook om te horen wat de pater zegt, te peilen wat de sfeer is. We moeten niet in angst leven, maar vooral op zoek blijven naar herstel.” Naast hem staat Lima Simons (29), die de kerk normaal elke zondag bezoekt. Ze aarzelt voor ze naar binnen gaat. “Ik had helemaal niet verwacht dat gewone gelovigen erop zouden worden aangesproken. Ben ik nu ook geëxcommuniceerd? Dat weet ik niet eens.”

Rome als tegenstander, God als hoger beroep

Pater De Beer laat zich de dag voor de mis interviewen. Hij klinkt geïrriteerd, maar corrigeert zichzelf als hem dat wordt voorgehouden. “Boos, nee. We zijn wel wat gewend. We zijn al decennia lang zo behandeld.” Zijn kritiek op het Vaticaan is scherp. “Het is altijd de broederschap die de kwade is, maar we kunnen ook naar het Vaticaan kijken. Daar is álles mogelijk, álles wordt getolereerd. En deze broederschap wordt veroordeeld.”

De kern van het geschil is theologisch van aard. Waar Rome de kerk als een levend instituut beschouwt dat zich in de tijd ontwikkelt, ziet De Beer dat als een gevaarlijke capitulatie aan het modernisme. “Daar heerst het modernisme, waarin de mens een centrale rol heeft in de bepaling wat het geloof is. Maar wij hebben een openbaringsgeloof — van ons geloof kun je niets afhalen of eraan toevoegen.”

Op de praktische gevolgen van de excommunicatie heeft hij een klaar antwoord. De sacramenten — de biecht, huwelijken, de mis — gaan gewoon door, ook al verklaart het Vaticaan ze ongeldig. “Wij beroepen ons op de noodtoestand. En het kerkelijk recht zegt dat het dan kan, want het heil van de zielen is de hoogste wet.”

Geduld als geloofsdaad

Wat De Beer zijn gemeente zaterdagochtend meegeeft, is geduld. De kerk is niet alleen menselijk, preekt hij, maar bovenal goddelijk — en dat goddelijke zal er uiteindelijk voor zorgen dat de eenheid wordt hersteld. Hij sluit niet uit dat het Vaticaan op zijn schreden terugkeert. “We hebben gebeden dat de paus op andere gedachten zou komen. Ik sluit niet uit dat dit alsnog gebeurt.”

Na afloop van de dienst blijft een vrouw van 78 jaar staan, lang grijs haar, rustige blik. Ze trekt een historische vergelijking die veelzeggend is voor de geestesgesteldheid in deze kleine gemeenschap. De broederschap doet haar denken aan Jeanne d’Arc, zegt ze — ook op de brandstapel gezet, eeuwen later heilig verklaard. Zo zal Rome ooit dankbaar zijn voor de broederschap, voorspelt ze.

Of dat een realistische verwachting is, valt te betwijfelen. Maar in de Sint-Willibrordkerk, waar het Latijn nog klinkt en de priester met zijn rug naar de wereld staat, telt voorlopig een ander tijdsbesef.